Home » BLOG

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 59

“Och, dat is allemaal nogal wat”, reageerde de taxichauffeur na afloop, een beetje ontdaan. “Dus voor jou is hij niet joviaal? Je moet eens weten hoeveel repen chocolade in de koelkast klaar liggen om aan de verpleegsters te geven. Eerlijk gezegd vind ik het een beetje eng, zoals hij met ze omgaat. Het lijkt er veel op dat hij al die vrouwen met snoep voor zich wil winnen. Alsof hij een garantie afdwingt voor een liefdevolle behandeling. En daarbij is hij volgens mij ook nog eens ronduit verliefd op een van de schoonmaaksters.”

Ik haalde opgelucht adem. Eindelijk iemand die de realiteit onder ogen durfde te zien.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 58

Hij bestelde een tuinstoel, wit, en liet me die vol trots zien. “Kijk die is voor J. Ze is bijna jarig en dit is mijn cadeau aan haar. Wat vind je ervan?”

“Tja, wat moet ik ervan zeggen”, begon ik voorzichtig. “Ik denk niet dat je zulke grote cadeaus aan een verpleegkundige mag geven. En waarom een tuinstoel? Heeft ze gezegd dat ze die nodig heeft?”

Van zo weinig enthousiasme betrok zijn gezicht. “Ik heb haar een paar weken geleden buiten op de grond in haar tuin zien zitten. Zomaar op de grond. Dat kan toch niet? Daar is ze veel te goed voor om op de koude stenen te zitten. Ik vind dat ze een tuinstoel nodig heeft.” Hij boog zich vertrouwelijk naar me over en ging op zachte toon verder: “Ik denk dat ze het niet kan betalen. Dus ik wil haar hiermee verrassen, maar nu denken haar vriendinnen, die hier ook werken, dat ze de stoel niet mooi vindt.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 57

“Maar…. Het is…. Echt zo….”, stamelde hij en begon te huilen. Hij vond het vooral zo erg voor Ool. “Elke cent heeft die meid omgedraaid en nu is het zomaar gejat! Wie doet nou zoiets?! Is vast door een van die hulpen meegenomen.”

Ik probeerde hem te sussen. “Rustig nu. Denk eens goed na: waar lag het precies en waar hadden jullie het geld in gedaan?”

“Nee.” Hij schudde wild met zijn hoofd. “We hadden het nergens in gedaan. We hadden het aan de onderkant van de planken geplakt!”

  

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 56

“Ze noemen me een professor, omdat ik zo goed ben met de computer. En ik help mensen met hun problemen. Niet alleen op administratief gebied, maar ook geestelijk. Ik kan zo goed luisteren, vinden ze. Na afloop geef ik ze raad. Dan zien ze het licht weer. Fijn is dat, hè, als je mensen zo kunt helpen.”

Tijdens mijn bezoeken aan het tehuis kreeg ik ook van anderen steeds meer te horen, dat ik zo’n goede vader had. Een gezellige, lieve, begrijpende man met een flinke dosis humor. Sommigen noemden hem zelfs een weldoener. “Hij doet zo leuk mee met alles. Hij is gek op uitjes. Van elke gebeurtenis maakt hij foto’s.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 55

Eind mei kwamen we terug. Ik bezocht hem onaangekondigd. Hij was blij verrast. “Zoooo! Ben je er nu al?”

De buurvrouw zat bij hem in zijn kamer. Hij leek erg met haar in zijn sas, zeker voor iemand die een paar maanden eerder over haar zei dat ze “niet zijn type” was.

Hij klopte haar enthousiast op haar schouder. “Ze heeft heel veel voor me betekend de afgelopen tijd, dat jij er niet was. Boodschappen gedaan, mijn bankzaken geregeld.”

Ik was verbaasd.  Op geldgebied mocht ik nooit iets voor hem regelen. Toen een van de bedienden -tijdens een bezoek aan de bank een paar maanden eerder- aan hem voorstelde dat het beter zou zijn als ik een machtiging kreeg, zweeg hij in alle talen. Het computerscherm dat ze naar ons beiden toedraaide, duwde hij hardhandig terug, terwijl hij boos tegen het meisje uitviel dat deze zaken alleen hem aangingen.

En nu had hij de buurvrouw in vertrouwen genomen.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 54

Opnieuw kocht hij een telefoon. Dit keer een heel dure. Deze programmeerde hij als volgt: onder 1 het nummer van de buurvrouw en onder 2 en 3 mijn vaste en mobiele nummer die automatisch overgingen wanneer hij daartoe opdracht gaf.

De volgende dag ging de telefoon 's morgens vijf uur bij me over. Je kunt met een hekje het bericht afluisteren zei een stem maar toen ik dat probeerde, werkte het niet. Omdat ik hem ook via zijn mobiel niet te pakken kreeg, belde ik de HAP. “Hier kunnen wij niets voor u doen, mevrouw. We hebben meer gegevens nodig. Het enige wat we kunnen is contact met de huisarts opnemen.”

Stipt om acht uur belde ik zelf naar de huisarts en daar bleek dat de HAP haar inderdaad had geïnformeerd. De huisarts beloofde contact met mijn vader op te nemen, maar toen ze belde bleek er niets aan de hand te zijn.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 53

Net in het nieuwe jaar kocht hij een brommobiel ergens in de buurt van Den Haag - zeer tegen mijn zin in, omdat ik me zorgen maakte over zijn vergeetachtigheid. Een paar weken later begon hij over pijn te klagen. De pijn zat in zijn rug, zei hij, en ik antwoordde dat hij de huisarts moest bellen. Maar dat wilde hij niet. Of durfde hij niet. Dat moest ik doen, net zoals ik de garage moest bellen. Ze zouden  zijn autootje komen brengen, maar ineens hoefde het niet meer. “Het vriest dat het kraakt en ik durf toch niet te rijden met die sneeuw.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 52

Pieper bleef voor mij moeilijk te peilen. Hij vertelde steeds meer dingen die ik nog nooit had gehoord. Zo wilde hij met Ool op vakantie, naar de zee waar ze zo van hield. Het ging niet door, omdat zij vond dat ze het huis niet alleen konden laten. Zelf was hij daar niet zo moeilijk in, zei hij. Hij had haar meer willen helpen met de huishouding, maar dat hield ze af. “Ze vond dat ik  het niet goed genoeg deed.”

Ik dacht aan de talrijke keren dat hij moeilijk deed als ze vroeg of hij aardappels wilde schillen of de afwas doen. Dan deed hij er uren over. Gek werd ze ervan.  Trouwens behalve de aardappels en de afwas heb ik hem nooit iets in de huishouding zien doen. Eigenlijk zat hij al jaren achter elkaar op een stoel en vroeg hij constant om aandacht.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 51

Hij speelde keer op keer de dvd af die hij had gemaakt van ons bezoek aan Rotterdam. Ool was een echte Rotterdamse, hij ineens ook, terwijl hij eigenlijk uit Schiedam kwam en ik hem nog niet eerder zo vol passie over de havenstad had horen spreken. Hij roemde zijn huwelijk. “Ik heb het getroffen, 53 jaar bij elkaar en bijna nooit ruzie. Af en toe wat woordjes maar dat bracht juist de jeu eraan. Het was liefde van weerskanten, gelijk al bij de eerste kennismaking. Daar kan menigeen een voorbeeld aan nemen.”

Ik wist niet wat ik hoorde. Dat hij daarna geen grote foto van haar, maar een klein miezerig portretje van dertig of veertig jaar terug op zijn bureau zette, paste beter in het beeld dat ik had.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 50

In feite verbaasde de huisarts zich over mijn verhaal. Ze had een andere indruk van mijn ouders. Toch keek ze niet echt vreemd op over wat ik haar vertelde. “Ik ken wel meer van zulke gevallen dat het aan de buitenkant heel goed lijkt, terwijl er in feite heel veel aan de hand blijkt te zijn.” Over Pieper zei ze, dat hij niet in oplossingen kon praten, maar in verwijten. “Een narcist praat niet mét je, maar tégen je. Als ik jou zo hoor, raad ik je aan de eerste tijd niet alleen met hem door te brengen. Ik zou ervoor zorgen, dat er altijd iemand bij je is, want met zulke mensen weet je nooit waartoe ze in staat zijn. Ze zijn heel onvoorspelbaar.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 49

Vlak voordat we de auto gingen halen om mijn ouders naar huis te brengen, was ik haar kwijt. Na even zoeken zag ik dat ze bij de bloemenkiosk vandaan liep. Ze kwam me stralend tegemoet met een opgemaakt bakje bloemen. “Voor jou.”

Dit beeld zal me altijd bij blijven, want na mijn ouders te hebben thuisgebracht, heb ik haar nooit meer levend teruggezien.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 48

Piepers verjaardag vierden we niet. “Daarvoor zijn we nog niet sterk genoeg”, zei Ool. “Als ik jarig ben, geven we een groot feest. Twee in één; als we weer goed zijn.”  

Ik vroeg of ze dit echt meende van dat goed zijn, maar ze leek me niet te begrijpen.

Over mijn verjaardag, die drie dagen na die van Pieper viel, sprak ze niet.

Toch had ze er wel aan gedacht, want toen ik een paar weken later langskwam, stond er een doosje bonbons en een envelop met geld tegen de voet van de keukenschemerlamp. Het was een zielig gezicht als je bedenkt dat we anders samen op pad gingen en ze een feestdag voor me organiseerde.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 47

“Hè, Con”, probeerde Ool te sussen. ”Doe nou niet zo. Kom zitten. Laten we het uitpraten.”

“Nee, ik heb geen zin in uitpraten. Er is niets uit te praten. Hij zal altijd zo blijven en jij had je mond moeten houden”, beet ik haar toe. “Ik heb je dit vanmiddag in vertrouwen verteld.”

Ik voelde me rot, wilde helemaal niet zo tegen haar doen. Vond het in mijn hart zielig, dat Pieper -ondanks de vele fysiotherapieoefeningen- nog steeds niet goed liep. Terwijl ik mijn schoenen aandeed, zei ik op vriendelijkere toon: “Nou, we gaan, hoor. Ik hoop dat je gauw opknapt.”

Ool stond handenwringend bij de deur. “Moet het nu echt op deze manier?”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 46

Ook aan het leven in het tehuis paste hij zich moeilijk aan. Onder geen beding ging hij naar de eetzaal; hij liet zijn maaltijden liever op zijn kamer bezorgen. Hoe de verpleging ook haar best deed om hem beneden te krijgen, het was voortdurend “nee”. Eerlijk gezegd, had ik niet anders verwacht. Hij was altijd op zichzelf geweest; hij hield niet van andere mensen. Die vond hij dom en oninteressant.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 45

Totdat Pieper zijn revalidatieplekje in het verzorgingstehuis in Oudewater kon betrekken, bleef ik bij mijn zoon logeren. In de tijd dat ik niet bij Ool zat of bij Pieper op bezoekuur, werkte ik in zijn huis op de computer. Ik moest een lezing voorbereiden en daarvoor had ik internet nodig. In feite had ik dat werk ook bij Ool thuis kunnen doen, maar Pieper wilde mij zijn toegangscode niet geven. Net zo min als ik niet in zijn auto mocht rijden om Ool op te halen om naar het ziekenhuis te gaan. Dat moest ik met mijn eigen auto doen, waardoor mijn man zonder vervoer in Friesland zat. Pas nadat Ool verschrikkelijk kwaad op Pieper was geworden, overhandigde hij met een zuur gezicht zijn autosleuteltje dat hij al die tijd in zijn laatje op de ziekenzaal had liggen. Ver weg van Ool en mij.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 44

Het nieuwe jaar was nog maar net een halfuur oud toen Ool mij belde. Ik was verrast. Ze had gezegd dat ze vroeg naar bed zou gaan. Ik vond het lief dat ze eraan had gedacht ons een goed jaar toe te wensen.

Maar Ool had helemaal niet aan Nieuwjaar gedacht. Ze had het volgens mij niet eens door dat het al 2012 was. Het enige wat ze overbracht was totale paniek. “Je moet direct luiers kopen, Con. Nu, gelijk.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 43

Daarna was Pieper er weer: “Ze weigert bij me in de auto te stappen.”

“Ja, dat heb ik nu wel begrepen. Je moet haar dwingen! Of anders 112 bellen. Daar hebben ze de benodigde apparatuur.”

“Maar als ze dat nu niet wil?”

Achteraf kon ik niet geloven dat hij dit werkelijk had gezegd. Op het moment zelf drong het niet tot me door. Ik bleef op hem inpraten, totdat hij eindelijk zei: “Dus jij vindt dat ik met haar weg moet…”

Ik zuchtte, hapte naar adem en schreeuwde hem toe: “Ja, natuurlijk!” en toen ik hem hoorde twijfelen: “Man, schiet op!”

Tuut…tuut… tuut… Ik keek verbijsterd naar mijn man. “Hij heeft opgehangen.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 42

De logeerpartijen stopten. Het werd ze te veel. Ik dacht met weemoed terug aan de plannen die we jaren geleden -elke keer opnieuw- hadden gemaakt. Ool en ik zouden twee of drie dagen naar Parijs, naar de Moulin Rouge, naar de cancan. Die dans zou en moest ze zien. Volgens mij wisten we beiden dat het nooit zou gebeuren, maar alleen al bij het idee kregen we vakantiekriebels en fantaseerden we over allerlei varianten en details. Later had ik iets soortgelijks met Pieper. Wij zouden een nachtje overblijven in Brussel waar een mooie kunsttentoonstelling was. Ook dit is er nooit van gekomen. En nu was het niet eens meer mogelijk een nachtje bij hen thuis te slapen.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 41

In haar goede dagen was ze enorm hartelijk. Dan kon ik alles van haar krijgen. “Ik zou niet weten wat ik zonder je moet. Je bent mijn zonnetje. Mijn steun en toeverlaat.”

Ze gaf toe soms moeilijk voor me te zijn en noemde me een “heilige”. “Omdat je alles van me slikt en er altijd voor me bent.”

Ze was bang een last voor me te zijn. Haatte het om ouder te worden, niet meer zoveel te kunnen als vroeger. Terwijl de eerste ouderdomsverschijnselen zich aankondigden, dacht ze dat ze een ziekte onder de leden had. Oud worden kwam niet in haar woordenboek voor. Ze had een hekel aan oude mensen. “Die klagen en zeuren zo”.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 40

Ool was er blij mee geweest. Dat weet ik. Dat heeft ze zelf tegen me gezegd. Toch foeterde ze elke dag op Pieper, die in het echt heel wat minder lyrisch was dan op papier. Ze hoopte dat God haar snel kwam halen. Aan doktersbezoeken deed ze niet veel meer. Ze kreeg hartaanvallen. Althans, dat zei ze en dat geloofde ze waarschijnlijk ook. Ik had het idee dat het paniekaanvallen waren, waarbij ze behoorlijk hyperventileerde. Geen enkel mens kan zonder medische hulp twintig hartaanvallen overleven.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 39

Maar nee, het ging niet door. Inderdaad, ze gaven het toe: ik had aan alles gedacht. “Maar,” zei Ool, “een vakantie met je vader alleen. Ik moet er niet aan denken. Kun jij niet met ons mee? Dan is het weer net als vroeger, gezellig met z’n drietjes.”

En daar moest ik nou weer niet aan denken.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 38

Bij Pieper kon ik nooit iets goeds doen. Ool kon ik gelukkig wel blij maken; met de was die ik jaren voor haar heb gedaan, met kleine cadeautjes, met een uitje.

Nadat de kinderen waren geboren, kwamen mijn ouders voornamelijk bij ons op visite. Daar genoot Ool zichtbaar van. Soms noemde ik haar mijn vierde kindje, als ze haar verjaardagsfeest bij ons mocht vieren. Dan maakten we er een leuke dag van. Een dag vol verrassingen, waarbij ze van te voren niet wist waar we heen zouden. Prachtig vond ze dat. Ze was heel dankbaar en overstelpte me met cadeaus. Soms zo erg dat ik haar moest afremmen.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 37

Ools lot was hiermee bezegeld. Ze vond het aan de ene kant verschrikkelijk dat Pieper niet meer werkte en de hele dag op haar lip zat. Aan de andere kant voelde ze zich verantwoordelijk en kroop ze door het stof voor hem. Het leek of ze niet langer tegen hem op kon.

Gaandeweg mijn trouwen zag ik dat ze haar strijdbaarheid verloor. In de begintijd ging ze mee in alles wat hij zei en wilde; later schoof ze de schuld over van alles en nog wat op hem en klaagde ze aan één stuk door over wat hij verkeerd deed en waar ze zich bij hem aan ergerde. Een enkele keer vertelde ze opgewekt dat hij iets liefs had laten blijken. “Hij houdt toch wel van me, denk je niet?”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 36

Pieper, een meester in manipuleren, deed er nog een schepje bovenop: “Als je hiermee doorgaat, wordt je moeder weer net zo ziek als toen. Is dat wat je wilt? Ja, ik zie het, je wilt haar kapot maken, hè, en mij erbij. Als je maar weet dat ik er persoonlijk voor zal zorgen dat dit niet gebeurt!”

Ool, wat milder, bootste hem na: “Zo hebben we je toch niet opgevoed, Con. Je wilt toch geen leven met een armoedzaaier tegemoet gaan? Ik moet er niet aan denken. Ik voel gelijk mijn migraine opkomen. Echt, ik moet even gaan liggen.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 35

Ik was dus behoorlijk geïsoleerd. Maar wanneer ik daarvan iets zei, werden ze beiden boos. Ook later, toen ik mijn eigen kinderen van feestjes afhaalde en ik ze verweet dat zij dit nooit voor mij hadden gedaan. Dan kwam altijd het verhaal dat Pieper mij na dansles een keer van de disco had afgehaald. In Gouda, niet in Noordwijk waar mijn vriendinnen na de dansles heengingen. Als ik zei dat het niet eerlijk was, dat zij wel mochten en ik niet, reageerden ze met: “Wat een onzin. Je zou eens wat dankbaarder moeten zijn. We hebben altijd alles voor je gedaan!”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 34

Ik schrok van zijn gezichtsuitdrukking. Dit was niet goed. Plotseling verhief hij zijn stem en schreeuwde: “Voordat ik kassie wijlen ben, voordat ik tussen zes plankjes lig, voordat ik onder de groene zoden lig, zal ik me godverdomme in mijn eigen huis in mijn eigen douche hebben gewassen! Al was het maar voor één keer!”

Ik zei niets. Kreeg het er warm van. Dacht dat we ongedwongen met vakantie waren en ik vroeg of we terug naar het hotel zouden gaan.

Mijn reactie had het beoogde effect. Hij glimlachte naar me. De rare blik in zijn ogen was verdwenen. “Ja, we gaan terug. Naar mama. Sorry, dat ik me zo liet gaan.”

In het hotel vroeg Ool of we het gezellig hadden gehad.

 

TITELVERKLARING: Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 33

Af en toe maakten we een uitstapje met ons drieën, naar het bos of zo. Mijn vader en ik gingen wandelen. Mijn moeder bleef in de auto, las wat damesbladen. Ik was blij met de nieuwe situatie en had mijn fototoestel meegenomen. Na afloop van de wandeling maakte ik een foto van mijn moeder in de auto. Later plakte ik die in mijn plakboek en schreef eronder: stoere oliebol. Waar het precies op sloeg, weet ik niet. Het was in ieder geval iets positiefs. Mijn moeder vond het geweldig en was trots op haar nieuwe bijnaam. Ze vond het leuk als ik haar oliebol noemde. Om haar een plezier te doen, bleef ik dit tegen haar zeggen. Op een gegeven moment verbasterde het tot Ool en zo ben ik haar altijd blijven aanspreken. Daarna noemde ik mijn vader Pieper, omdat ik dat wel goed vond bekken. Het werd dus Ool en Pieper en dat is altijd zo gebleven.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 32

Van mijn moeder moest ik om de dag bellen, wat ik trouw deed. Mijn oma deed dit af als onzin. Aandachttrekkerij. “Laat dat kind, toch”, zei ze tegen mijn moeder, maar die kon me niet loslaten. Nadat ik een keer op mijn oma’s aanraden had overgeslagen, was ze ten einde raad. Bij thuiskomst kreeg ik een preek en moest ik beloven dat ik haar dit nooit meer zou “flikken”. “Ik moet van je op aan kunnen, Con.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 31

Hoe anders was dit bij mij thuis. Daar ging ik in de late namiddag met een snel kloppend hart naartoe wanneer ik bij het buitenspelen een vlek op mijn kleren had opgelopen. Dan hoorde ik mijn moeder in gedachten al schelden: “Kon je geen rekening met mij houden? Je weet toch dat alles me zo veel moeite kost?! Dat ik geen tijd heb om extra te wassen? Zoveel vraag ik toch niet van je? Een beetje opletten met spelen: dat is het enige wat ik van je verlang!” Dan wist ik dat ik had gefaald.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 30

Eigenlijk was ik deze gebeurtenis helemaal vergeten. Onbewust had ik alles zorgvuldig weggedrukt, zodat mijn hoofd vrij was om haar te helpen en ook om me aan mijn school te wijden. Het was de overbuurvrouw met wie ik na mijn moeders dood veel contact had, die mij eraan herinnerde. Op het moment dat ze het erover had, wist ik van niets. Raar, hoor, hoe een brein zoiets ergs kan negeren. Ik schrok ervan. Direct daarna kwamen alle herinneringen terug, ook van andere gebeurtenissen die ik was kwijtgeraakt.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 29

In een paar jaar tijd zag ik mijn moeder van een knappe, aantrekkelijke, goedlachse en vrolijke dame veranderen in een zeurderige, agressieve, wanhopige vrouw. Haar haar was dun geworden en hing sluik langs haar ingevallen gelaat. Naar de kapper durfde ze niet meer, bang dat het “gefrummel” aan haar hoofd nog meer pijn zou opwekken. Voor de schaarse keren dat ze uitging, kocht ze een pruik. Die vond ik haar absoluut niet staan. Haar gebit liet ze trekken. Wekenlang liep ze met een “mummelbekje” rond, waarna ze een slecht zittend gebit kreeg. Nooit heeft ze het laten vervangen.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 28

De eerste keer dat we zo’n gesprek hadden, was op een zaterdagochtend. Ik zat met mijn ouders aan de keukentafel; zij met een kop koffie en ik met een glas limonadesiroop. Ik was geschokt. Had nooit gezien dat ze het zo zwaar hadden en dat ze alles voor mij deden. Daarvoor moest ik inderdaad dankbaar zijn. Zij hadden immers niet om die vervelende omstandigheden gevraagd.

Andere kinderen en ouders hoorde ik nooit over zoiets. Het moest dus wel iets bijzonders zijn dat hen was overkomen, zo redeneerde ik. Bovendien was ik trots, dat ze me deelgenoot maakten van hun problemen. Dat ze me als hun gelijke zagen.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 27

“Ik ga niet meer naar die rot kerk”, hoorde ik mijn moeder schreeuwen vanuit de keuken. “Als je dat maar weet. Ik geloof er niets van wat ze daar allemaal vertellen en ik heb geen zin meer om daar een beetje schijnheilig te gaan zitten luisteren naar dingen die mij totaal niet interesseren. Zo dan weet je dat ook!!!!!”

Mijn vaders zachte, snelle stem, waarmee ik steeds vertrouwder werd en mijn moeders opgewonden geschreeuw wisselden elkaar af. Opeens hoorde ik mijn naam noemen. “Nee, wees maar niet bang. Ik zal Connie niet verbieden met jou mee te gaan. Dat moet ze zelf weten, als je mij er maar buiten laat.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 26

Overigens waren die vrijdagavonden best gezellig. Dan stond de rode transistorradio op hoog volume en zong mijn moeder uit volle borst mee met alle liedjes die ze draaiden. Voordat alle schoongemaakte spullen weer de keuken in mochten, gaf ze een soort musical weg. Zingend sprong ze van de tafel op de grond en van de grond op een stoel en van de stoel op de pedaalemmer, met allerlei malle pasjes tussendoor. Dan kwam haar oude leven weer even om de hoek kijken. Haar leven van dans, muziek, zang, bewegen. Een leven zonder zorgen om haar huisraad, om mijn vader. Later wisselden die musicalmomenten zich af met rustige intermezzo’s, waarin ik voorlas uit een mooi boek dat ik meestal van haar had gekregen.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 25

Begin oktober gingen wij definitief over. Een maand later volgden mijn grootouders van moeders kant. Mijn oma hielp mijn moeder met uitpakken en inrichten en mijn moeder deed hetzelfde voor haar moeder. Tot zover leek alles weer in goede harmonie te verlopen. Toch kan ik me vanaf die tijd herinneren dat er periodes van jarenlange onderlinge ruzies waren, die telkens werden goedgemaakt, waarna het een tijdje goed ging totdat het een of ander escaleerde en alles weer opnieuw begon. Het had veel weg van een knipperlicht, en datzelfde gold voor de relatie met mijn vaders ouders. De weekenden van mijn ouders waren toentertijd meestal gevuld met verwijten over en heen weer over hun ouders.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 24

Toen de dagen korter werden en wij ’s avonds vroeger naar binnen gingen, was er een zwart-wit tv waar heel spannende sprookjes op kwamen. Mijn moeder maakte deze tijdstippen extra knus door warme chocolademelk te maken. Gek genoeg heb ik geen enkel beeld van mijn vader uit deze episode van mijn leven overgehouden. Ik vraag me zelfs af of hij wel bij ons woonde, of misschien kwam hij wel zo laat thuis dat ik al op bed lag als hij thuiskwam. Waarschijnlijk het laatste.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 23

Ook gingen mijn ouders samen wel eens uit, bijvoorbeeld naar een feest van mijn vaders werk. Voor die speciale gelegenheden had mijn moeder dan de hele dag voorafgaand aan het uitje haar mooie bruine veloursrokje en gouden glitterblouse klaar hangen. Prachtig vond ik die. Het was een mooi gezicht als mijn moeder zich ging optutten: nagels lakken, lippen stiften, en ook deed ze dan een prachtig Javaanse armband om, een gouden, en zo heel fijn bewerkt dat het net kant leek. Die armband, ooit meegenomen door mijn opa van een verre zeereis, heb ik nu in dezelfde kast liggen als de tabaksdoos van mijn vader.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 22

Als ik uit school kwam en daarna buiten wilde spelen moest ik heel goed nadenken met wat voor speelgoed ik me twee uur (tot aan het eten aan toe) zou kunnen vermaken want mijn step, diabolo, bal et cetera moesten uit de kelder komen en mijn oma duldde slechts eenmaal per dag dat ik binnenkwam om iets te halen en buiten laten liggen kon ook niet, want er was geen voortuin. Het huis grensde direct aan de openbare weg.

“Je moet dat kind beter opvoeden”, zei ze tegen mijn moeder, terwijl ze haar lange, witte, gesteven schort, dat ze thuis altijd droeg, gladstreek. “Ze is veel te wispelturig. Het kan niet zo zijn dat ze elk kwartier iets anders wil. Dat geeft zo’n geloop in huis. Daar kan ik niet tegen. Ik voel mijn hoofdpijn nu al opkomen.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 21

Na zes jaar in Maassluis te hebben gewoond, had mijn moeder het daar wel een beetje gezien. Ze vond leven in de nieuwbouwwijk niet boeiend meer. Mensen met wie ze bevriend was, verhuisden en voor hen in de plaats kwamen bewoners van “een mindere klasse”.

Dat onderscheid in diverse klassen dat mijn moeder erop nahield, heb ik nooit goed begrepen. Haar standpunt daarin was nogal dubbel. Aan de ene kant keek ze neer op mensen die armoedig leefden en had ze een hekel aan mannen die met hun handen werkten. “Aan mijn lijf geen werkman”, zei ze, maar aan de andere kant verafschuwde ze de bourgeoisie. “Daartoe behoren schijnheilige mensen; mensen die niet voor hun mening durven uitkomen.” Soms rekende ze zichzelf tot de armere klasse en soms juist weer tot de rijkere. Ze kon af en toe behoorlijk uit de hoogte doen en op mensen neerkijken, terwijl ik het ook wel heb meegemaakt dat ze een arme sloeber die de vuilnisbakken naliep zomaar vijfentwintig euro in zijn handen stopte.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 20

De eerste zes jaren uit mijn jeugd verliepen gelukkig. Ik kan me niet herinneren dat mijn ouders boos op me waren. Zelfs niet toen ik ongezien hun slaapkamer was ingeslopen waar een potje knalrode nagellak op de gele deken van hun tweepersoonsbed lag. Ik had mijn moeder eerder die dag geholpen met de stapels wasgoed aangeven die zij in de linnenkast opborg. Heel relaxed, zonder witte handschoenen of stofkwastjes in haar hand. Het flesje nagellak, dat op een van de planken stond, had ze met het inruimen even terzijde gelegd, waarschijnlijk met de bedoeling het daarna weer naast de kleding te leggen, terug op de plank, maar dat was ze vergeten.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 19

Uit die tijd heb ik geen rare herinneringen, geen gedachten van dat er iets niet klopte. Mijn verjaardag vierde ze uitgebreid met limonade en gebakjes in de kamer, te midden van dansende kinderen met feesthoedjes op die ze zelf had gemaakt. Het kon niet gek genoeg en er leek zo’n dag geen zorg om vloerbedekking of meubilair dat vuil konden worden. De dia’s zijn daarvan het bewijs. Er kwamen sowieso wel mensen bij ons over de vloer, ook volwassenen; de nonnen van mijn kleuterschool en van de eerste klas van de lagere school bijvoorbeeld. Ze liepen beiden met mijn moeder weg. En in die tijd gebruikte ze ook nog gewoon de douche om mij te wassen. Ik weet nog dat ik dan op een hoge kruk moest zitten, waarbij ik altijd een beetje bang was dat die zou omvallen. Mijn moeder kon erg wilde en onvoorspelbare bewegingen maken en dat zij daarbij mij met kruk en al zou omstoten, was niet geheel ondenkbaar.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 18

Of dit persoonlijk gesprek ooit heeft plaatsgevonden, zou ik niet weten. Ik heb hierover en over de brief nooit iets gehoord. Wat me hieruit wel duidelijk is geworden, is dat hun huwelijk toen al verre van ideaal was en mijn vader nog altijd dezelfde eigenschappen vertoonde die jaren eerder naar voren kwamen uit het psychologisch onderzoek verricht door het Gemeenschappelijk Instituut voor toegepaste psychologie te Nijmegen, gedateerd 28 september 1948. Daarin stond onder meer dat hij te weinig doortastend was, te weinig flair had, en dat zijn overzicht beperkt was. Bovendien leek hij wat slap. Het advies luidde dat hij een grotere directheid in denken en doen en een scherper tekening in uiterlijk optreden moest nastreven.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 17

Mijn blakende gezondheid liet echter wel iets te wensen over. Ik was geboren met een te kleine maag, waardoor ik alles wat ik binnenkreeg met de grootste gang er weer uitspuugde. Dat heeft tot mijn zevende verjaardag geduurd, hetzij met steeds grotere tussenpozen. Op mijn derde heb ik er nog een poosje voor ter observatie in het ziekenhuis gelegen, maar een operatie was gelukkig niet noodzakelijk. Ik moest er overheen groeien, zei de arts.

Dit was een grote aanslag op mijn moeders gezondheid, die zo blij en gelukkig was met mijn komst, maar ook super zorgzaam en nerveus. Bovendien zag je het spuwen niet aankomen, ik was er ook niet ziek van. Het was er ineens en kwam er met een gigantische gang uit, niet zelden over het nieuwe tapijt of bankstel heen. En ook dat was iets dat mijn moeder heel erg aan het hart ging, haar enorme schoonmaakdrift in acht genomen. Bovendien hadden ze het echt niet breed, waardoor haar spaarzaamheid en properheid nog meer werden ontwikkeld.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 16

Op hun  trouwdag was het warm, heel warm. Het was op een vrijdag, 5 juni om 10.30 uur, dat in de parochiekerk van O.L. Vrouw van de H. Rozenkans op de Singel 104 te Schiedam hun huwelijk werd voltrokken. Pater B. Mulder, mijn vaders enige vriend, leidde de dienst. Het avonddiner vond plaats in Maison Westhuis aan de Warande 207, eveneens te Schiedam en bestond uit Russische eieren op toast en boter, kippensoep, kalfsoesters, gekookte en gebakken aardappelen, diverse groenten, compote, peche melba en koffie toe. Deze gegevens waren blijkbaar wel belangrijk genoeg om netjes in een kist te bewaren, terwijl de laatste tien jaar van huwelijk hun trouwringen voor oud vuil tussen schroefjes en moertjes lagen. Als mijn vaders ouders dat nog eens hadden kunnen zien, zouden ze zeker in hun handen hebben gewreven, want wat hadden die twee proberen te bekokstoven toen mijn ouders op huwelijksreis waren? Een scheiding!

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 15

Na deze turbulente periode leek mijn vader dus als een geschenk uit de hemel te vallen, met ook nog eens het goede geloof onder zijn vleugels geplakt. “Het was misschien geen jongen op wie ik direct zo zijn gevallen, maar hij was wel lief, betrouwbaar, ijverig, rustig. Hij bezat de eigenschappen, waar ik naar op zoek was. Ik begon al die avonturen een beetje beu te worden en was eigenlijk alleen nog maar op zoek naar zekerheid. En zekerheid kon je vader mij bieden. Hij had een goede baan, we konden een huis kopen. Ik wilde iemand op wie ik kon bouwen; iemand als rots in de branding; iemand op wie ik kon steunen. Ik wilde beschermd worden”, zei ze mij toen ik haar er expliciet naar vroeg waarom ze met mijn vader was getrouwd. Haar antwoord klonk timide, gelaten en ik begreep haar. Het was het antwoord, dat ik had verwacht. Het antwoord, waardoor ze nooit de stap naar zelfstandigheid heeft durven zetten, bang dat ze dan niet meer op iemand kon leunen. Bang dat ze er alleen voor stond.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 14

Mijn vader en moeder hadden elkaar leren kennen door het kerkbezoek. Ze kerkten in hetzelfde kerkgebouw, maar op verschillende tijden. Mijn moeder hield van uitslapen en ging daarom steevast naar de laatste dienst, terwijl mijn vader juist altijd vroeg ter kerke ging en dan dus altijd thuis was wanneer mijn moeder vanaf de Rotterdamsedijk aan de rand van Schiedam, om een stukje af te snijden een zijstraat -de Singel- inliep, waar mijn vader woonde.

Bij mijn vader was het liefde op het eerste gezicht. Alles vond hij aan mijn moeder mooi: haar gezicht, haar stem, de manier waarop ze liep. Kortom, haar hele verschijning. Mijn moeder was dan ook een heel knappe vrouw. In eerste instantie wist hij niet wat haar bestemming was, maar toen hij haar een keer was gevolgd en zag dat ze naar dezelfde kerk ging als hij, kon het voor hem helemaal niet meer stuk. Hij zou en moest haar hebben.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 13

Over haar verdere werkzame leven tast ik in het duister. Ik vind nog één getuigschrift van de Bijenkorf, waar ze van 1 januari 1957 tot en met 30 april 1957 als verkoopster was geplaatst op de parapluafdeling. Van al haar wilde verhalen over de vele tandartspraktijken, waar ze van 1952 tot 1959 zou hebben gewerkt, vind ik geen enkel bewijs. Toch lijkt het me niet dat ze die uit haar duim had gezogen. Daarvoor had ze de verhalen te vaak met te veel dezelfde details verteld, alhoewel ik als kind al nooit kon begrijpen hoe het kwam dat mijn moeder die niet echt veel had geleerd, bijna een tandartsenpraktijk had kunnen overnemen en op die manier als zelfstandig tandarts verder had kunnen gaan. Een tandartsopleiding is immers geen sinecure, en zij hoefde alleen maar een paar cursussen te doen en kon zo verder varen op alleen haar werkervaring. Het leek mij een beetje te mooi, maar als ik daarnaar vroeg wuifde ze mijn opmerkingen lachend weg. “Ja, vroeger ging het echt allemaal anders. Dan keken ze niet naar papiertjes. En die tandarts had natuurlijk een zwak voor me; dat werkte ook mee."

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 12

Maar die slechte cijfers kon ik niet rijmen met de verhalen die ze mij vertelde. En er waren wel meer dingen die niet klopten. Hoe ouder ik werd, hoe meer moeite ik ermee had mijn moeder serieus te nemen. Loog ze? Of was enkel haar fantasie op hol geslagen? Hoe het ook zij, ik begon steeds meer te merken dat ik mijn moeder niet meer kon vertrouwen, haar niet meer op haar woord kon geloven. En hoe ouder zij werd, hoe meer ze de waarheid geweld begon aan te doen. Ze begon te draaien en te verdraaien. En dat vind ik nog steeds heel erg. Zij is degene die me heeft geleerd, dat wat er ook gebeurt ik altijd eerlijk moet zijn. “Eerlijkheid duurt het langst, Con. Echt, geloof me maar.”

Misschien was het ook geen kwaadwil, wilde ze de dingen alleen mooier voorstellen dan ze in werkelijkheid waren: haar populariteit, de clubjes waar ze op zat, de banen die ze had.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 11

Ik vind een aantal van haar schriftjes, gelinieerd en alles geschreven met een kroontjespen gedoopt in donkere inkt, in een prachtig rond handschrift. Sommige stukken zijn met kleurpotlood onderstreept en af en toe heeft ze een bijpassende plaatje naast de tekst geplakt dat als illustraties dient. Het ziet er keurig verzorgd uit.

Met verbazing neem ik kennis van de leerstof. Als eerste natuurlijk de godsdienst. Kennis daaromtrent was ondergebracht in twee schriften: een gewoon godsdienstschrift en eentje met als opschrift “Godsdienst van de pater”. Het eerste schrift gaat over de schepping, de tien geboden, de zonde in de tuin. De zogenoemde erfzonde is die volgens de christelijke leer gelijkstaat aan de zondigheid die ieder mens door zijn geboorte aankleeft als gevolg van de zondeval van het eerste mensenpaar. De eerste zin luidt: “Wij zijn op aarde om god te dienen en daardoor in de hemel te komen”.

Wat ik lees staat zo ver van mij af. Datzelfde geldt voor het schrift “Godsdienst van de pater”, dat behalve over de zonde handelt over liegen, biecht, aflaat (kwijtschelding), communie.
 
Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 10

Hoe blij ze ook waren, het was voor iedereen wennen ineens een man in huis, en nog wel voor zo’n lange tijd. Mijn opa had uiteraard het een en ander te verwerken en commandeerde er ondertussen lustig op los. Waarschijnlijk zag hij daar ook geen kwaad in. Dat was hij zo gewend van boord. Daar vlogen ze voor hem. “Blauwe jongens” noemde hij de bedienden daar.

Het ging beter toen hij meer om handen kreeg en in het ondergronds verzet terechtkwam met mijn moeder als dappere hulp. Als onschuldig kind werd ze ingezet de vijand op een dwaalspoor te brengen. Immers, het lag niet voor de hand dat een vader met een kind op de slee smokkelwaar vervoerde en op die manier zijn hele familie en schoonfamilie voorzag van een beetje extra voedsel. En ook voor andere ondergrondse activiteiten die hij verrichtte, fungeerde mijn moeder als afleiding.
 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 9

 Mijn moeder kon moeilijk stilzitten, als kind al. Ze legde de lat voor zichzelf hoog. Voortdurend was ze in de weer met haar poppen, haar huishouding en het postkantoor dat ze moest runnen. Ze was zo druk dat ze nooit stil kon staan, ook niet als haar moeder haar iets vroeg. Dan wapperde ze met haar handen en sprong van haar ene voet op haar andere. ’s Avonds was ze helemaal uitgeput en haar gezicht wit als een vaatdoek. En ook in de nacht stopte de drukte niet. Zenuwachtig en gevoelig als ze was, gingen haar gedachten en dromen naar haar vader die steeds lang van huis was. Ze slaapwandelde en had hele verhalen over hem tegen het heiligenbeeld dat in de kamer stond. In haar verbeelding praatte de Christusfiguur terug. Ze kon haar vaders afwezigheid moeilijk verdragen en moest soms maanden teren op een ansichtkaart die hij haar stuurde of een “radiobrieftelegram via Scheveningenradio van en naar Nederlandsche en buitenlandsche schepen op vrijwel alle wereldzeeën”, zoals ik die vond ter ere van haar verjaardag.
 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 8

“Als jij nooit meer iets zult beleven, zal je later -als je oud bent- nog altijd op een goed gevuld, leuk en avontuurlijk leven kunnen terugkijken”, zei mijn oma tegen mijn moeder toen ze ging trouwen.

Het lijkt een vooruitziende blik te zijn geweest want veel meer dan het krijgen van een kind en een verhuizing is er niet meer gebeurd na mijn moeders vierentwintigste verjaardag. Behalve dan de kommer en kwel die zij over zich had afgeroepen door met mijn vader te trouwen.

Het is daarom dat ik met gemengde gevoelens de leuke, bruisende periode van mijn moeders leven opteken, hoewel daar -naar mijn idee- ook nog wel een aantal haken en ogen aan zat.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 7 

Ik denk niet dat mijn vader blij was met de omschrijving over zijn kunnen. Vooral de "doorbraak van meer gedurfde spontaniteit" en "overwinning op puberale irrealiteit door uitgebalanceerde werkelijkheidswaanzin” moeten hem hebben dwarsgezeten. Hij had daar kennelijk vragen over gesteld, die in een brief werden beantwoord.

Als persoon is u te weinig nuchter gehard en zakelijk. Dit komt vooral tot uiting in het persoonlijke mondelinge contact. Anderzijds vindt u in omgang met dood materiaal, zoals dat in de techniek plaatsvindt, weinig bevrediging. Uw waarderingsnormen zijn vaak niet reëel, maar eerder wat subjectief en soms zelfs wat dweperig.

Afgezien dus van het feit of u nog voor meerdere beroepen capaciteiten bezit, heeft het weinig zin om daar nadruk op te leggen, aangezien uw capaciteiten zowel als uw persoonsstructuur zich het best zal kunnen ontplooien en handhaven in de richting van de handelscorrespondentie

Wanneer u enige tijd practisch werkzaam bent, zult u persoonlijk ervaren wat gedurfde spontaniteit en uitgebalanceerde werkelijkheidswaanzin betekent, doordat u daar gedwongen zult zijn daden te stellen, op grond van reële feiten.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 6

Het uitslapen hielp niet. Mijn vader zakte dieper en dieper weg. Totdat de prefect (rector) een brief aan zijn ouders schreef. Het was een vervolg op een briefwisseling die ik niet heb gevonden, waarschijnlijk voortgekomen uit een gebeurtenis die mijn moeder mij ooit vertelde: “Je vader dacht dat een gezinsleven per definitie het ergste was wat een mens kon overkomen. Hij dacht dat het huwelijk van zijn opa en oma daar een positieve uitzondering op was en wilde niet het risico lopen dat hij zou eindigen als zijn ouders. Liever koos hij voor een celibatair bestaan in dienst van God en de kerk dan voor een ‘normaal’ leven in haat en nijd. In eerste instantie ging dat ook goed en leek het of hij de juiste keuze had gemaakt, totdat hij door een bevriende leerling thuis werd uitgenodigd en zag hoe gezellig het daar was. Naar zo’n leven had hij altijd gehunkerd, maar hij wist niet dat dit in zijn tijd nog mogelijk was. Hij raakte in conflict met zichzelf. Vond het leven dat hem leek voorbestemd te verschrikkelijk voor woorden en wist zich geen raad.”

Blijkbaar had hij mijn moeder wel in vertrouwen durven nemen.

 

Mijn werkruimte

De mooiste ruimte van mijn huis is mijn werkruimte, die ik de “Harkalerie” noem. Op deze plek voel ik mij het meest compleet en eigenlijk heb ik ook niet meer nodig dan dit. Een werkplek samen met de camperbus waarmee ik de wereld kan rondtrekken, voelt aan als een afgerond geheel waar aan al mijn behoeften wordt voldaan. Reizen van plek naar plek met elke avond een ander uitzicht inspireert en al moet ik een week noodgedwongen binnenblijven in deze toch wat krappe ruimte, ik vermaak me er als de beste. Alleen qua opslag is er een probleem en daarvoor heb ik mijn Harkalerie nodig. En als ik helemaal eerlijk wil zijn, moedigt deze ruimte qua werk ook wel meer aan dan een klein tafeltje vastgehaakt aan een aanrecht . In de Harkalerie komen alle materialen en hulpmiddelen samen. Mijn verf, inkt, penselen, stiften en potloden om te verven; mijn lapjes, wol, naalden en garens om te naaien, mijn boeken en computer om te schijven. Zet mij neer op deze plek en de creativiteit gaat stromen en dat maakt me super gelukkig!

http://connieharkema.exto.nl/blog_post/224525508_Mijn+werkruimte.html#.V2UP7mdJm00

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 5

Via de bedrijven Custo, Goek en Osterholt, waar mijn opa als mechaniker werkte, kwam hij als chef-techniker bij Drukkerij Roelants terecht. Vanuit deze functie bezocht hij concurrenten en keek daar hun techniek af. Wat zijn ogen zagen, maakten zijn handen en zo heeft hij diverse machines van de concurrent nagebouwd. Ik ken mijn opa nog wel in deze functie. Samen met mijn vader zochten we hem wel eens op in de drukkerij, waar hij bij mooi weer voor de open deur zat. Wat hij daar precies deed, weet ik niet. Het waren vooral zijn zwarte, vette handen die me opvielen. Werkmanshanden. Mijn moeder had me geleerd niet naar mannen met zulke handen te kijken. “Die waren een beetje minderwaardig. Mannen met zwarte handen verdienden weinig en hadden slechte manieren.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 4

Mijn vader had dus goede herinneringen aan de ouders van zijn vader. Heel anders was het met zijn moederskant gesteld. Het weinige dat ik daarvan hoorde, was niet veel soeps, maar goed beoordelen kan ik dat niet. Hij sprak eigenlijk zelden over zijn moeder en haar familie.

Zijn moeders moeder had hij nooit gekend, evenals zijn moeder haar moeder, Jannetje Uiterlinden, niet had gekend. Ze was namelijk gestorven in het kraambed bij mijn oma’s geboorte, of vlak erna. Dat weet ik niet precies. Mijn oma, Maria Neeltje Roukema kwam ter wereld op 24 februari 1903. Haar verjaardag zou samenvallen met die van haar toekomstige schoonvader. Er was ook nog sprake van een zusje, Johanna. Waarschijnlijk een halfzusje, want zij werd geboren in 1918 en stierf alweer in 1934. Was deze opa ook hertrouwd? Er waren ook oudere broers: Jan en Wim. Vreselijke mannen, lang en spichtig in het gezicht die ik ook nog heb gekend. Met krakende stemmen tapten ze flauwe moppen, terwijl de alcohol rijkelijk vloeide.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 3 

Terugkijkend op de gebeurtenissen van alle afgelopen jaren, was ik benieuwd hoe het leven van mijn ouders zo heeft kunnen verlopen. Het sarcasme, de kwade zinspelingen, het klagen, het vluchten in het ziek zijn, de hang naar de dood, het wantrouwen, de schoonmaakdrift, de angst voor ongeluk en verderf. Waar kwam dat allemaal vandaan? Ik vond het vooral zo zinloos. Zo kon het leven toch nooit zijn bedoeld?

Na mijn moeders overlijden vond ik het nodig daarover te reflecteren. Maar hoe doe je dit als enig kind met een vader die niet met het verleden wil worden geconfronteerd? Het antwoord kwam een goed halfjaar later toen mijn vader werd opgenomen in het ziekenhuis en daarna verhuisde naar het verzorgingstehuis. Waarom dat dit was? Hierover later. Nu eerst over de albums en dozen met foto’s en brieven die ik vond in een van de kasten in de huiskamer, waarvan ik het bestaan al heel lang wist - op een regenachtige dag haalde mijn moeder deze vaak tevoorschijn - maar die ik nooit zo nauwgezet en gestructureerd had kunnen inzien om een indruk van hun leven voor mijn geboorte te krijgen. Ik nam alles mee naar mijn eigen huis en legde daar een plakboek in chronologische volgorde aan. De tekst uit alle brieven, notities en kaarten tikte ik over.

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 2 

Waarschijnlijk drong het nu pas door dat mijn man en kinderen er niet meer waren, want hij vroeg: "Waar zijn de anderen gebleven? Wat zijn ze doen?"

Ik pakte zijn onderarm en streelde hem. “Een matras halen, toch? Voor mij, zodat ik bij je kan blijven vannacht.”

Hij keek me aan of ik hem een of ander oneerbaar voorstel deed. Zijn arm trok hij met een ruk terug. “Je wilt toch niet vertellen dat je hier blijft SLAPEN?”

“Ja, vind je dat niet goed dan? Ik dacht, dat ik wel met een matras in de huiskamer kon.”

Resoluut schudde hij zijn hoofd. “Geen sprake van. Jij komt niet in de huiskamer.”

“Maar waar dan? Ik kan toch niet bij jou, en bij mama ga ik niet. En hier in de keuken ligt nog allemaal glas. Dat ga ik morgen opruimen. Ik ben nu moe. Het is al laat en ik heb een hele reis achter de rug.”

 

Ool & Pieper, biografie in wording. Tekstfragment 1 

Ze was er altijd bang voor geweest, mijn moeder, mijn lief Ooltje, dat ik er niet zou zijn wanneer ze stierf. Dat ik op vakantie zou zijn en dat ze daardoor geen afscheid van me zou kunnen nemen. En … ze heeft gedeeltelijk gelijk gekregen. Dat wil zeggen: ik zat in de trein, samen met mijn zoon, op de terugweg van een paar dagen Frankfurt. We hadden een behoorlijke vertraging opgelopen, waardoor we anders al lang thuis zouden zijn geweest toen het telefoonbericht kwam.

We waren balorig; een meisje van mijn zoons leeftijd had zich bij ons gevoegd en we aten een zak boterkoekjes leeg die we op het perron hadden gekocht. Plotseling ging mijn telefoon, wat op zich altijd al een enorme schrikreactie bij mij teweegbracht. Op het schermpje zie ik het mobiele nummer van mijn vader, dat op zich niet hoefde te betekenen dat hij ook de beller was. Mijn moeder gebruikte zijn mobieltje ook wel eens. Toch zei ik: “Opa. Het is opa.” Ik keek naar de klok op perron Düsseldorf, waar we al geruime tijd vastzaten.

 

Boek over mijn ouders

Ik heb een tijdje niet geschreven. Mijn laatste blog was van februari zag ik.

Waarom het zo lang heeft geduurd eer ik weer aan een stukje schrijven toe was? Dat heeft vele oorzaken, waarvan een van de belangrijkste de dood van mijn vader is. Na een lange periode van gestage achteruitgang is hij op 2 april overleden.

Dit betekent dat ik nu een wees ben. In feite een rare benaming voor een vrouw van zesenvijftig, maar het is toch wel degelijk het geval. Mijn moeder overleed in 2012. Met haar dood brak voor mij een heel rare en ongewisse periode aan van ontdekken en doorgronden van het leven van mijn ouders en dat van mijzelf. Veel leek plotseling anders dan ik dacht dat het leven in elkaar stak. Sindsdien bestaat mijn leven uit twee gedeeltes: die van voor en die van na mij moeders overlijden.

Naar mijn idee hebben mijn ouders niet volledig van het leven kunnen genieten, deels door elkaars aanwezigheid. Zij irriteerden elkaar en zaten elkaar vooral in de weg. Ik heb wel eens gedacht dat ze het slechtste in elkaar naar boven brachten. Bovendien spotten ze met het leven en mijn moeder wenste al zolang ik haar ken dat er een einde kwam aan haar aardse bestaan. Zij was niet gelukkig. Mijn ouders zijn mijn grote voorbeeld van hoe ik het vooral niet wil.

Al een paar weken na mijn moeders dood, vatte ik het plan op om een boek over haar te schrijven. In eerste instantie als eerbetoon aan haar, hoewel er ook tal van vervelende dingen naar voren zullen komen, wil het een eerlijk relaas worden. Uiteraard gaat mijn vader ook deel van haar verhaal uitmaken en daarom heb ik met schrijven gewacht tot hij er niet meer zou zijn.

Ik heb bijna vier jaar met hem alleen te maken gehad, waardoor ik bepaalde zaken ook in een ander perspectief ben gaan zien. Hierdoor zal het ook zijn verhaal gaan worden.

Noem het een stukje rouwverwerking. Maar misschien is het ook meer, zoals een streven de zinloosheid en de treurigheid van een groot deel van mijn moeders bestaan op te heffen. Hoe het ook zij, ik ruim de komende tijd op gezette tijden plaats in om aan de slag te gaan met de vele herinneringen, verhalen en teruggevonden materialen zoals kaarten, foto’s en brieven die zullen leiden tot het boek “Ool & Pieper”, genoemd naar de bijnamen die ik mijn ouders gaf.

Telkens als ik een stukje heb geschreven, zullen de eerste tien regels ongeredigeerd in een blog verschijnen. Niet op de Exto-site, want die is voorbehouden aan mijn kunst, maar op http://connieharkema.jouwweb.nl/blog-1. Dit om een indruk te geven van de biografie in wording, te beginnen met een gedicht dat ik schreef toen mijn moeder net was gecremeerd.

 

Niet meer

 

Mama is niet meer.....

 

Ik hoorde het in de trein,

Gekomen uit Frankfurt,

Op weg naar de grens.

 

Wat zeg je?

 

Mama is niet meer....

 

Is niet meer...

Wat bedoel je?

Wat is ze niet meer?

Niet meer ziek, niet meer jarig?

 

Ja, dat ook.

Ze is dood en zal er nooit meer zijn.

 

Bedoel je overleden?

Voor altijd weg?

 

Ja, dat zeg ik:

Ze is niet meer.

 

Ik schudde krachtig met mijn hoofd.

Mijn moeder is niet meer?

Onmogelijk.

 

Dood misschien

Voor iedereen die haar heeft gekend.

Maar in mij leeft zij eeuwig voort.

 

Kunstenaarschap is veelomvattend

Als beeldend woordkunstenaar is het zaak me niet alleen maar bezig te houden met het maken van werk; zoveel is me ondertussen wel duidelijk geworden. Het is daarom dat ik me tijdens het maken van mijn grote doek over de Friese 11-steden, dat tijdens én een jaar voor Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 in Hotel WTC Expo ten toon zal worden gesteld, losmaak voor tal van andere kunstactiviteiten.

Wanneer ik alleen kijk naar de bezigheden van deze maand, zijn dat er al best veel. Zo ben ik naar een prachtige expositie van ijssculpturen in Zwolle geweest, was ik deelnemer en bezoeker van de finissage van de expositie “Liefde en Lust”, georganiseerd door het kunstlievend genootschap Pictura te Groningen, en heb ik tal van contacten gelegd vanuit mijn functie als lid van de expositiecommissie van de Friese Kunstenaarsvereniging FRIA voor het opzetten van uitwisselingstentoonstellingen met andere kunstverenigingen. Daarnaast heb ik een bezoek gebracht aan het WTC Leeuwarden voor een gesprek met kunstbemiddelingsbureau Art Connection voor een ledenexpositie van de FRIA in 2018.

Contacten leggen is nu eenmaal een wezenlijk onderdeel van het kunstenaarschap en daarom ben ik deze maand nogmaals naar Leeuwarden geweest voor een open coffee-ochtend in Emmestaete, bedoeld als ontmoetingsplaats voor kunstenaars. Aansluitend op deze bezoeken heb ik de nieuwe winkel van kunstenaar Harm Wijbenga “Prachtig Makke” aan gedaan en de mogelijkheden voor een expositie van mijn werk daar besproken.

Naast het aangaan van contacten is een leermoment af en toe ook op zijn plaats. Met dat doel reed ik met een bevriend kunstenaar mee naar Zeist, waar we de workshop “Vertel jouw verhaal” van Koen en Dees Wilgehof-Sodaar (KoDé) hebben gevolgd. Het was een gezellige, opbouwende bijeenkomst, waar de deelnemers respectvol met elkaar omgingen, en waar ik heb ervaren hoe moeilijk het soms kan zijn jezelf en je werk te presenteren aan het publiek. Het onderdeel over de sociale media was voor mij minder verrassend, terwijl ik daar - desondanks - toch nog iets van heb opgestoken: namelijk de mogelijkheid om gebruik te maken van LinkedIn Pulse.

En zo is er iedere keer weer iets nieuws te bedenken, waardoor het kunstenaarschap veelomvattender wordt dan je in eerste instantie zou denken.

 

Inspiraadjes

Eén keer in de week of in de twee weken een knus middagje met mijn dochter Sietske (studente Kunstacademie) materialen verkennen. Dat was de opzet van wat wij een CoSi-bezigheid noemen. We doen dit nu iets langer dan een jaar; helaas met af en toe een (te) groot hiaat in de frequentie. Maar als we het doen, doen we het goed en is het gezellig. Niet door constant samen dezelfde nieuwe uitdagingen aan te gaan, zoals we eerder hadden gedacht, maar door naast elkaar vernieuwend bezig te zijn elk op een manier die bij ons past.

Het potentieel einddoel dat we ons hadden gesteld was het maken van collages, samengesteld uit materialen van onze voorkeur waarmee we onze eigen stijl kunnen versterken. Ook daarmee zijn we aan de slag. Mijn dochter doelbewust met de realisatie van een art journal ter voorbereiding op het “echte” werk. En ik nog heel aftastend met het toepassen van fragmenten uit zelfgemaakt werk dat ik als materiaal wil inzetten voor nieuw werk: bijvoorbeeld collages die zijn samengesteld uit oude tekeningen en/of uit artikelen die ik heb geschreven. En zo zijn er daarop ook aanvullingen of “vertalingen” met wol, borduurzijde, stof en dergelijke te bedenken. De eerste twee kussens uit de serie “Stadssonnetten” zijn daar een voorbeeld van.

Verder heb ik bergen foto’s gemaakt die vaak als inspiratie voor het schilderen dienen, maar deze toepassing alleen vind ik te magertjes. Daarom wil ik ze, als uitbreiding, tevens tastbaar gaan inzetten door ze te integreren met andere materialen. Foto’s zijn namelijk enorm belangrijk voor mij, evenals mijn aantekeningenboek, dat ik in 2006 in gebruik heb genomen. Hierin zet ik al mijn ideeën, inspiratiebronnen en raadgevingen voor het leven dat ik als beeldend woordkunstenaar wil leiden. Ik noem dit boek mijn “Inspiraadjes”. Door de voorkant van het boek met foto’s te beplakken die staan voor wie ik ben, heb ik een eerste stap gezet beide ”troetelkindjes” te verenigen.

Voor wie benieuwd is wat ik zoal in mijn boek opteken, zal ik regelmatig een “Inspiraadje” op de sociale media plaatsen. Wie weet inspireert het jou ook.

 

12 steden 13 ongelukken

Nou, zo verschrikkelijk was het nog net niet, maar tijdens het schilderen van mijn 12e stadssonnet gebeurde er ongeveer het ergste wat een beeldend kunstenaar kan overkomen: het doek scheurde!

Hoe ik dat nou voor elkaar kreeg? Tja, ik liep met dat grote doek (120x90) voor mijn neus naar mijn werktafel en zag daarbij een keukenstoel over het hoofd. Tak. Ik bleef haken achter een punt van de leuning. Uiteraard hoopte, nee smeekte, ik dat er geen zichtbare schade zou zijn, maar die hoop werd al snel finaal verijdeld. Een winkelhaak onderaan in de linkerhoek, precies op een eenkleurig vlak, wat eigenlijk best wel knap was gezien de invulling van het drukke patroon van bakstenen en tulpen waarmee ik bezig was. Meer in het oog lopend had niet gekund. 

Schoorvoetend berichtte ik mijn blunder aan het thuisfront, wiens reactie - in tegenstelling tot die van mij - totaal niet geschrokken was. Mijn man is namelijk altijd positief ingesteld en verandert problemen subiet in uitdagingen. Een van de eigenschappen waarop ik 37 jaar geleden gevallen was. "Dit wordt het mooiste schilderij van de hele serie. Een topper!  Op die saaie plek schilder je een boot; die past precies, en de achterkant verstevig je met een plakbandje. Voor de verkoop doe je er driehonderd euro af en de koper heeft een werk met een verhaal. Iets bijzonders, waar je creativiteit hoogtij vierde."

Ik kijk hem aan en twijfel. Zou het echt zo makkelijk gaan? De tijd zal het leren, maar zijn zienswijze zorgde er wel voor dat ik doorging met het schilderen van het bakstenen- en tulpenpatroon en bij iedere streek iets gemotiveerder werd. De boot bewaarde ik voor het laatst.

 

Opruimen met als inzet de kunst

In mijn vorige blog had ik het over terug- en vooruitblikken. Deze keer is het laatste aan de beurt. Net als de meeste mensen heb ook ik goede voornemens voor het nieuwe jaar. Behalve de gebruikelijke dingen, zoals minder eten en meer bewegen, hebben mijn plannen toch vooral te maken met de kunst.

Als ik naar de korte termijn kijk, zijn het de twaalf schilderijen uit de serie “Stadssonnetten” die moeten worden aangevuld met sonnetten en kussens. Verder dient 2016 vooral te worden ingezet voor een groot doek (1 x 2 meter) dat ik mag maken voor Hotel WTC Expo in Leeuwarden met daarop alle Friese 11-steden verenigd. Dankzij het kunstbemiddelingsbureau Art Connection heb ik de toezegging gekregen dat dit werk er twee jaar lang op een prominente plaats op de eerste etage mag hangen. Dat is in 2017 en 2018 (het jaar waarin Leeuwarden Culturele hoofdstad is!).

Op lange termijn zal de inzet van mijn kunst vooral te maken hebben met het scheppen van ruimte in mijn eigen kasten. Ik ben niet alleen een echte verzamelaar van foto’s, oude tekeningen, stoffen, wol, borduurzijde en allerhande frutseltjes, maar ik bewaar ook nog eens heel veel kranten en tijdschriften waarin ik artikelen heb geschreven, of die ik in zijn geheel heb samengesteld, en waar ik eigenlijk nooit meer naar kijk. Al deze spullen wil ik opruimen, maar niet voordat ik ze nauwkeurig heb bestudeerd op bruikbaarheid en inzetbaarheid voor mijn kunst. Veel plannen spoken door mijn hoofd, evenals ideeën voor twee nieuwe series schilderijen: Méditerranée en Natuurfragmenten. Zelfs invallen voor het vervolg op mijn spannende liefdesroman “Boerenbedrog” en andere nog graag te schrijven boeken dringen zich op.

Ja, wat dat betreft is het in mijn hoofd bijna al net zo druk als het vorig jaar in het echt was. Vervelend? Nee, hoor, helemaal niet. Heerlijk vind ik al die creatieve vooruitzichten; het geeft me vleugels. Vooral nu ik weet dat de uitvoering mij fysiek meer ruimte zal geven. Nu alleen nog maar hopen dat er zich tussentijds geen nieuwe ideeën aandienen, waardoor de leeggekomen plekken in mijn kast onverhoeds zich weer vullen.

 

Kunst als rustpunt

Om en nabij een jaarwisseling vind ik het altijd zinvol om even terug te kijken en vooruit te blikken. Deze blog gaat over het eerste. Wat is er allemaal voorgevallen? Wat waren positieve en negatieve gebeurtenissen? En wat kan ik er aan doen om de goede momenten verder uit te breiden en de negatieve te verwerken om ze uiteindelijk de rug toe te keren?

Een feit is dat 2015 voor mij een behoorlijk turbulent jaar was. Een jaar waarin ons huis in Hekendorp werd verkocht en wij met de gehele inboedel daarvan in ons huis in Warns kwamen te zitten. Dat was in maart en slechts enkele dagen geleden hebben de laatste grote spullen een plekje gekregen bij anderen thuis. Dat het de afgelopen maanden dringen was in ons niet al te grote huis behoeft nauwelijks betoog. Daar kwam nog bij dat een vergunning voor het atelier dat we in de achtertuin wilden neerzetten uiteindelijk niet doorging.

Wanneer je een huis verkoopt, weet je dat er een verhuizing aan vastzit, maar wij hadden dit jaar niet één maar vier verhuizingen te doen. Alle twee de kinderen ruilden hun antikraak in voor een “normaal” onderkomen en mijn vader verkaste na een herseninfarct van een verzorgingstehuis naar een verpleeghuis, waardoor de meeste van zijn spullen in eerste instantie ook in Warns moesten worden ondergebracht. Mijn vader was trouwens niet de enige die ernstig ziek werd; ook mijn schoonvaders gezondheid liet hem in de steek. Dit alles leverde ontzettend veel ritjes naar de Randstad op van telkens 350 kilometer.

Tot zover de vervelende kanten van dit jaar, maar ook op leuke fronten werd het redelijk hectisch. Zo kwamen we in januari in New York in een sneeuwstorm terecht en kochten we in april een camperbus waarmee we een maand later naar de Noordkaap vertrokken en weer iets later naar Noord-Italië. Daaraan voorafgaand waren we er - net na aankoop – voor een weekje door eigen land en Duitsland op uitgetrokken met aansluitend een familieweekend in Drenthe. Dit om de bus uit te proberen. Ik was toen nog niet zo lang terug van mijn logeerpartij van een kleine week in Amsterdam vanwege mijn deelname aan een tentoonstelling op het Museumplein.

Dit verblijf en het afstoten van mijn werk als huiswerkbegeleider van de poëziecursus die ik een aantal jaren geleden heb ontwikkeld, hebben ervoor gezorgd dat ik voorlopig afstand heb gedaan van het schrijven van boeken om me nu vooral als beeldend woordkunstenaar verder te kunnen ontwikkelen. En daarmee ben ik eindelijk aangeland bij de kop van deze blog: kunst als rustpunt. Want hoe druk de afgelopen tijd voor mij ook is geweest, iedere keer vond ik in de schaarse momenten die overbleven mijn rust in de kunst. In het kijken naar en lezen over, maar vooral in het zelf creëren. Sinds kort niet alleen in het uitdrukken in woord en beeld, maar ook - voorzichtig aan - in textiel. Het zijn deze momenten die me – naast het reizen en lezen – blij en gelukkig maken en die me de kracht geven aan de slechte ogenblikken weerstand te bieden.

 

Vereniging

Onlangs las ik in een tijdschrift, dat een mens pas echt gelukkig is wanneer hij onafhankelijk is, dingen doet die hij leuk vindt én zich verbonden weet met gelijkgestemden. Deze drie dingen bij elkaar zouden een harmonieus geheel tot gevolg hebben.

Nu is er bij mij met de twee eerste voorwaarden niets mis, maar wat de laatste eis uit het artikel betreft, weet ik dat die niet altijd optimaal is. Immers, een beeldend kunstenaar of schrijver – wat ik in principe allebei ben – is een vrij eenzaam beroep. Creatieve gedachten en uitwerkingen vinden thuis plaats, achter schildersezel en bureau. En hoewel mijn naasten best wel betrokken zijn bij mijn werk en me soms zelfs assisteren bij het fotograferen, inlijsten, wegbrengen of ophangen, merk ik dat de achterliggende gedachte c.q. kunstzinnige insteek bij hen soms ontbreekt, waardoor ik het inhoudelijke niet echt kan delen. Om nog maar te zwijgen over het bevatten van problemen (lees: uitdagingen) waar je als kunstenaar en schrijver tegenaan loopt. Daarvoor heb je toch echt collega’s nodig.

Maar waar vind je die dan? Op de sociale media? Tijdens beurzen en exposities? Of in een vereniging? Om eerlijk te zijn, is dat eigenlijk bij alle drie de mogelijkheden wel het geval. Sterker nog: ze versterken elkaar. Degenen die je van de sociale media kent, brengen je soms een bezoek op een beurs of expositie. Of omgekeerd: collega’s die je leert kennen tijdens bijeenkomsten voegen je naderhand thuis toe aan hun sociale media- en/of nieuwsbriefbestand.

Toch denk ik dat je de meeste betrokkenheid in verenigingsverband genereert. Daar wordt betrokkenheid saamhorigheid. Een gevoel dat je er niet alleen voor jezelf zit, maar ook om het belang van de club te behartigen. “Samen sta je sterk”. “Eendracht maakt macht”. Zomaar wat kreten die bij me opkwamen afgelopen zondag tijdens de vergadering van de Friese kunstenaarsvereniging, waarvan ik nog niet zo lang lid ben. Terwijl ik de kring van gelijkgestemden in me opnam, besefte ik dat ik mijn derde voorwaarde om gelukkig te zijn had gevonden.

 

Ahoy

Het was gezellig druk op de NOW Art Fair, een van de drie beurzen die afgelopen weekend in Ahoy te Rotterdam werden gehouden. De andere twee waren de Europ Art Fair en de Nationale Kunstdagen, waarmee behoorlijk veel kunstenaars het beurscomplex werden binnengehaald. Een ware trekker voor wie van kunst houdt. Tel daar nog eens het onstuimige Sinterklazenweer bij op, dan kun je wel stellen dat aan alle voorwaarden voor een geslaagde beursdeelname werd voldaan.

In begin dacht ik nog: sta ik wel op de goede plaats? Bij de andere twee beurzen was er sprake van een mooi aankleding met lopers op de vloer en verlichte ophangwanden. Wanneer je daar wat sokkels neerzette en/of een tafeltje, leek het al gauw op een gezellig “kamertje” waar de uitgestalde kunst prima tot zijn recht kwam. Daarbij vergeleken hadden de standplaatsen van NOW Art Fair meer weg van een kille loods met voor elke deelnemer slechts twee (of vier) ezels om het werk te tonen. Oké, een aantal deelnemers had ervoor gekozen hun maaksels aan een wand te bevestigen, maar of dat nu zo’n wijs besluit was? Zij stonden namelijk nagenoeg in het donker.

Toch was het juist deze minimale sfeeromgeving waarbij de aandacht puur op de kunst was gericht, de sterke factor in het geheel, zo drukte een van de organisatieleden mij op het hart. Immers, hier moest de kunst het helemaal alleen doen zonder dat de aandacht werd afgeleid naar versterkende omgevingsfactoren die mogelijkerwijs de mindere aspecten van het kunstwerk zouden verdoezelen. Op de grauwe grijze vloer was er alleen het kunstwerk; en de kunstenaar dan, die zijn werk met zijn passie voor het vak inzichtelijker voor de bezoekers kon maken.

Over die stelling moest ik even nadenken, waarbij ik al gauw tot de conclusie kwam dat diegene best wel eens gelijk kon hebben. Enfin, hoe het ook zij, ik heb gewoon een heel gezellig weekend tussen prachtige kunstwerken achter de rug, met nieuwe contacten en oude bekenden. Wie zal het zeggen: misschien liep die potentiële koper daar wel tussen? En mocht het niet zo zijn? Ook goed, ik heb tegen een heel schappelijke prijs op de beste plaats gestaan, als ik de woorden van de organisatiedeskundige mag geloven, en dat geeft een heel goed gevoel!

 

Winterreis

Vorige week heb ik een winterreis gemaakt, gewoon in Leeuwarden in het theater. Een reis met zangeres Wende Snijders en pianist Gerard Bouwhuis. Hoewel het een heel andere reis werd dan ik in gedachten had, het er een was die ik nog nooit had gemaakt en ik heel erg moest wennen aan de manier waarop deze werd gebracht, had ik al wel meteen door dat ik hier met een grootvakmanschap te maken had. Dat ik er nu heel erg van genoten heb, kan ik niet zeggen, want je moet echt van dit genre houden om het voor de volle honderd procent te weten waarderen. Deze winterreis ging namelijk over een verloren gegane liefde die door de ik-persoon een goede nacht wordt gewenst; een laatste afscheid van iemand die niet meer terug zal keren in deze wereld. Een zwaarmoedig thema, temeer omdat ik in de nabije omgeving een paar mensen heb die aan hun eigen winterreis zijn begonnen. Misschien dat het juist daardoor komt, dat dit theaterbezoek maar in mijn hoofd blijft hangen.

Reizen, ik doe het zelf maar al te graag, maar niet in deze setting. Ik ben van de mooie, blije gebeurtenissen en treur niet graag. Liever belicht ik de positieve kanten van het leven; dus je begrijpt dat deze reis nogal confronterend was. Die avond werd ik er nog eens extra aan herinnerd dat voor veel mensen een levensreis geen pretje is; ook dat heb ik van heel dichtbij meegemaakt. Na een lange overweging, gesterkt door mijn korte winterreis in Leeuwarden, ben ik van mening dat deze levensreis ooit op papier moet worden gezet om zo de zinloosheid ervan te verzachten. Immers: als ergens een verhaal over wordt geschreven is het de moeite waard om te worden gelezen, en is het niet langer zinloos meer. Bovendien zit reizen mij in het bloed. Het is iets waarover ik graag mijn ervaringen wil delen; dus waarom niet van deze reis. Een reis die vanaf het begin af aan was voorbestemd om als winterreis te eindigen, misschien zelfs al wel het grootste gedeelte een winterreis is geweest. In mijn hoofd is hij al geschreven, nu nog de drempel over. Ondertussen houd ik me bezig met mijn Stadssonnetten, om de balans niet al te ver te laten doorslaan naar de trieste kant. Reizen is ook een vorm van overleven.

 

Werk van anderen

Een kunstenaar is altijd op zoek naar vernieuwing, naar uitdagingen. Dit doet hij ondermeer door te kijken naar werk van anderen. Nu zul je misschien zeggen: “Lekker makkelijk; je pikt een idee van een ander en gaat daarmee zelf aan de haal”, maar dat is niet wat ik bedoel. Het maakt namelijk niet uit waar je je ideeën vandaan haalt - ook niet wanneer ze afkomstig zijn van andere kunstenaars. Het gaat er meer om waar je ze naartoe brengt. Van alles wat je om je heen oppikt, is het de “kunst” om datgene te onthouden wat je raakt, ontroert, prikkelt en inspireert, en deze inzichten te gebruiken in je eigen werk. Briljante ideeën zijn vaak een optelsom van andermans ideeën en theorieën.

Dit proces noem ik kunst in beweging: kunst onderhevig aan tijdsveranderingen en eigen interpretaties; ook aan die van de toeschouwer. Die beweging probeer ik tot uiting te brengen door bestaande gebouwen en monumenten onder ongebruikelijke hoeken neer te zetten en zo met elkaar te verbinden. Een stijl, waar ik me lekker bij voel, maar tevens een stijl die ik al jaren beoefen. Afgaande op de stelling, waarmee ik deze blog begon, kun je je dus afvragen of het niet eens tijd wordt dat ik op zoek ga naar een andere manier van uitdrukken. Met die intentie heb ik de laatste tijd veel werk van anderen bekeken, waarna ik tot de conclusie kwam dat ik toch het liefst dicht bij mezelf wil blijven, mijn stijl herkenbaar wil houden, en in die zin dus helemaal niet op zoek ben naar vernieuwing.

Kies ik er dan voor om alles bij het oude te laten en geen enkele uitdaging aan te gaan? Nee, dat in geen geval. Maar na de afgelopen periode van zelfreflectie besefte ik dat vernieuwing niet alleen in de uiting van een bepaald genre hoeft te liggen. Dat je zonder je stijl en eigenheid te hoeven aanpassen, op tal van andere manieren kunt verrassen. Bijvoorbeeld door het gebruik van wisselende materialen en thema’s, hoewel er voor mij toch eigenlijk wel het liefst een connectie met reizen moet zijn.

Naar mijn gevoel zit ik met de huidige beeldweergave van mijn reiservaringen, aangevuld met een gedicht, op de goede weg. Wel wil ik het werk meer gaan versterken door er een extra stukje beleving aan toe te voegen om de toeschouwer zo meer het werk in te zuigen. Mijn gedachten gaan uit naar een groter geheel, bijvoorbeeld door schilder- en dichtkunst aan te vullen met een combinatie van textiel- en fotokunst, beschilderde voorwerpen en het reisthema aan te vullen met natuurfragmenten. Kortom, een bredere wisselwerking bewerkstelligen tussen verschillende disciplines, waardoor het thema consistenter wordt. Allemaal voornemens en inzichten, ontstaan door het kijken naar werk van anderen.

 

Zichtbaar blijven

Zoals beloofd zou ik je via deze blog o.a. op de hoogte houden over tips die ik heb toegepast van deskundigen uit het veld. Een van die tips betreft het delen van het werkproces en de gedachte erachter; iets wat ik met deze blog beoog te doen. Het blijkt namelijk dat mensen van verhalen houden en dat zo’n verhaal je werk toegankelijker maakt. Kunstenaars denken immers vaak anders dan de gemiddelde mens en zijn daardoor moeilijker te begrijpen. Dan geeft een kijkje achter de schermen enig houvast.

Verder luidt het devies dat het enorm belangrijk is dat je zichtbaar blijft. Altijd. Via exposities, galeries, beurzen, nieuwsbrieven en… online. Met dit doel heb ik me onlangs ingeschreven bij Fine Art America en New Masters Artist. Sites die me werden aanbevolen door een collega-kunstenaar met wie ik een intensieve mailwisseling over dit onderwerp had. Je werk aanbieden voor prints en andere merchandiseractiviteiten zoals op de eerstgenoemde site; daar is lang niet iedere kunstenaar het mee eens. Toch is het iets wat ik wil proberen. Per slot van rekening verkoop je zo wel in zeker opzicht je naam, en een beetje naamsbekendheid kan natuurlijk nooit kwaad. Het grote voorbeeld voor mij van iemand die eigenlijk vooral op deze manier werkte, is Keith Haring, wiens werk overigens nu is te zien in de Rotterdamse Kunsthal.

Dit alles in ogenschouw nemend zou ik mijn serie “De Friese 11-steden” graag willen uitrollen tot een spandoekproject in Leeuwarden, Culturele Hoofdstad 2018. Het lijkt mij een supergaaf idee om als inwoner van de Friese provincie alle elf steden, voorzien van een gedicht, door deze stad uit te zetten en zo de nadruk te leggen op het start- en eindpunt van de belangrijkste schaatstocht op natuurijs. Maar tot op heden is het mij nog niet gelukt iemand daar enthousiast voor te maken. Ook niet via het tref- en informatiepunt Stipe 2018, waar ze mij zeer goed hebben geholpen. Het idee zou volgens de participanten niet goed inpasbaar in het programma zijn. Jammer, want hiermee zou ik zeker zichtbaar zijn.

 

Malmö

Van de week heb ik mijn tiende Stadssonnet voltooid: Malmö. Hoewel deze op twee na grootste stad van Zweden mij niet echt boeide, werd ik er tijdens mijn kortstondige verblijf enorm gefascineerd door de Turning Torso. Een grote witte torenflat uit 1999 ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava. Dit markante en goed in het oog springende gebouw staat aan de Zweedse kant van de Sont, recht tegenover Kopenhagen en vormt zo, in combinatie met de 9 kilometer lange Sontbrug, een verbindende factor tussen Zweden en Denemarken. En precies op deze plek, recht tegenover de lagune, stonden wij op een camperplaats, met aan de ene kant uitzicht op de brug en de andere kant op de Turning Torso, zowel op de heen - als de terugweg van onze reis naar de Noordkaap. Heen in een bulderende storm en striemende regen en terug met aangenaam zonnig weer.

Het kon niet anders dan dat ik iets moest doen met deze plek. Niet alleen het uitzicht, maar ook de samenwerking tussen beide landen om Scandinavië toegankelijker te maken sprak me aan. Aangetrokken door het witte architectonische hoogstandje was al snel duidelijk dat de Turning Torso het uitgangspunt moest worden, maar de brug kon natuurlijk niet ongemoeid blijven, evenals de betekenis daarvan voor beide landen. Daarvan uitgaand creëerde ik aan weerskanten van het gebouw in dezelfde stijl de Zweedse en Deense vlag om zo de samenwerking te benadrukken, wat een mooi contrasterend effect geeft en recht doet aan de Zweedse wolkenkrabber. Immers het felle rood, geel en blauw doen het witte gebouw beter uitkomen. En dat past precies in mijn opzet om de meeste aandacht naar de Turning Torso te laten uitgaan.

 

Kunstdorp

We wonen nu acht jaar in Warns, een klein lintdorp met iets meer dan 800 inwoners, vlak bij het IJsselmeer en Stavoren. Omdat het zo’n uitgestrekt dorp is en we ons huis voor het grootste gedeelte tijdelijk bewoonden, ken ik er nog lang niet alle mensen. Maar op mijn wandelingen, soms richting huisarts waar de bebouwing het dichtst is, soms richting Laaksum het kleinste haventje van Europa, kom ik meestal wel iemand tegen die zich op de een of andere manier met kunst bezighoudt. Zo leven er hier onder anderen kunstschilders, schrijvers, zangers, beeldhouwers, documentairemakers. En allemaal breken ze er op een gegeven moment van de dag even uit om een frisse neus te halen. Vaak gaan ze dan voor een rondje “Klif, Scharl, Laaksum”, dat 7 kilometer telt. Je gaat dan via de polder met hoge windmolens via het buurtschap Scharl waar een paar boerderijen staan. Vanaf daar loopt er een smal landweggetje recht op het Roode Klif af, een deel van de eindmorene van de ijskap uit de Saale - ijstijd. Het Roode Klif bevindt zich 10 meter boven N. A. P. en bestaat uit roodachtig leem. Boven op het klif staat een in 1951 gemaakt monument ter herinnering aan de slag bij Warns in 1345. Op de steen staat de tekst leaver dea as slaef, liever dood dan slaaf. Het is hier dat de Friezen sinds 1945 jaarlijks hun eeuwenlange vrijheidsstrijd herdenken en deze plaatsen in het kader van strijd voor de rechten van mensen en volkeren op de hele wereld.

Een mooie historische plek en zo dicht bij Warns. Dat de gesprekken tussen de mensen die daar wandelen vaak over kunst gaan zal niemand verbazen. Ik vind dan ook dat Warns de titel kunstdorp verdient. Het is toch niet voor niets dat een van de kunstschilders op Facebook de groep Art Warns heeft opgericht, ondanks het feit dat een plaatselijke galerie een paar jaar geleden is opgeheven. Blijft het feit dat er nog genoeg ateliers/galeries zijn overgebleven (onder andere die van de oprichtster van de genoemde Facebookgroep) en je hier volop van kunst en cultuur kunt genieten in De Spylder, een uniek theatertje annex dorpscultuurhuis, gevestigd in de voormalige gereformeerde kerk. Dit sfeervolle gebouw met 120 zitplaatsen dateert uit 1892 en is dankzij de inzet van vele dorpsgenoten grondig vernieuwd in 2001. Opnieuw een bewijs dat Warnsers kunst hoog in het vaandel hebben.

 

Con(nie)tacten

De afgelopen week was er een van contacten, zowel nieuwe als oude, en dat op zakelijk gebied en in de privésfeer. Zo had ik ineens een intensief mailverkeer met twee vriendinnen van wie ik de laatste tijd niet zoveel meer had gehoord en verhaalde een oud-cursist Poëzie Schrijven me over haar dichterlijk leven na de cursus, over wat voor gedichten ze had geschreven en voor welke gelegenheden. Ook kreeg ik een bericht van de koper van het schilderij “Rome”, waarin ze uitlegde waarom ze voor dit werk was gevallen. Dit zijn natuurlijk super leuke momenten.

Maar contacten gaan over en weer. Waren dit verbindingen die tot stand kwamen op initiatief van de ander, zo zijn er uiteraard ook acties die van jezelf moeten uitgaan want anders ontstaat er geen wisselwerking. Nieuwe ontmoetingen waren er in de vorm van de inrichting van mijn expositie op het mooie Landgoed Stania State, samen met Art Connection, en ook mijn eerste kennismaking met FRIA, de vakvereniging beeldend kunstenaars in Friesland. Dat was in Tresoar in Leeuwarden, waar een tentoonstelling werd geopend van maar liefst 18 leden die zich hadden laten inspireren door het feit dat Leeuwarden dit jaar Hoofdstad van de Smaak is. Tot slot was er de connectie met Ina van Haveman Kunst die 6 van mijn Stadssonnetten in haar online galerie zette.

En op die manier werden deze contacten mijn eigen Con(nie)tacten. Een boekje met deze titel schreef ik in 2002. Dat ging over het Groene Hart met daarin de Krimpenerwaard, waar ik interessante mensen in hun eigen omgeving interviewde. Doordat dit ontmoetingen met bewoners op het platteland én uit de stad betrof, waren deze gesprekken tevens een boeiende kennismaking met de overeenkomsten en de verschillen tussen beide woonsituaties waar ik veel van opstak. Want dat je van een goed contact altijd iets kunt leren, ben ik overtuigd.

 

Textiel en papier

Eerder dit jaar schreef ik over de CoSi-bijeenkomsten van mijn dochter Sietske en mij, waarbij wij voor ons nieuwe wegen in de kunst proberen in te slaan met het uittesten en inzetten van allerhande materialen. Zo zijn we aan de slag gegaan met mozaïek, het beschilderen van porselein, het maken van papiercollages en het werken met textiel. Naast het gezellig samenzijn hebben deze bijeenkomsten geleid tot de volgende vorderingen. Afgaande op de excuses die we verzinnen als het gaat om het afmaken van het mozaïek werk lijkt deze discipline voor beiden geen nieuwe uitdaging te worden. Voor wat betreft het beschilderen van aardewerk zie ik wel mogelijkheden voor toepassingen die mijn schilderwerk op doek kunnen aanvullen. Hetzelfde geldt voor de collages en het werken met textiel, waar we beiden veel plezier aan beleven. Nu wil het toeval dat er in het Museum Rijswijk t/m 27 september de Textielbiënnale wordt gehouden, die wij onlangs met veel vreugde hebben bezocht. Prachtig wat we daar allemaal hebben gezien! Genoeg voor maandenlange inspiratie (kijk voor een korte impressie op https://www.facebook.com/connie.harkema.1/posts/897608223654125?pnref=story). En dan hoorden we er ook nog eens dat er in het museum het ene jaar de Textielbiënnale wordt gehouden, en in het andere jaar de Papierbiënnale. Onnodig te vertellen dat mijn dochter en ik daar de komende jaren nog wel eens te vinden zullen zijn.

 

“De schreeuw” in Nederland

Een van de meest bekende werken van de Noors expressionistische schilder Edvard Munch “De schreeuw” komt dit najaar (25 september 2015 tot 17 januari 2016) naar het Van Gogh Museum. Dit in het kader van het herdenkingsjaar van Van Gogh 2015, waarbij zijn werk en dat van Edvard Munch voor het eerst in de geschiedenis wordt samengebracht.

Hun oeuvre en artistieke ambities vertonen opvallende parallellen. Beide kunstenaars staan bekend om hun emotioneel geladen schilderijen, hun unieke en innovatieve stijl en hun dramatische levens. Beiden maakten zich sterk voor het vernieuwen van de kunst en ontwikkelden een persoonlijke, expressieve beeldtaal om de universele emoties van het menselijk bestaan tot uitdrukking te brengen, zo staat op de site van het Van Gogh Museum te lezen.

Terug naar “De schreeuw”. Dit schilderij beeldt Munch zelf uit. Een wanhopige figuur die zijn oren bedekt om het geschreeuw van het landschap niet te hoeven horen. Het is al jaren geleden dat ik door dit schilderij werd geraakt en er op mijn allereerste doek (30 x 30) in olieverf mijn eigen interpretatie van gaf, en daar – weer iets later – een gedicht bij schreef. Het doek is inmiddels niet meer in mijn bezit. Ik heb dit aan een bewonderaar geschonken toen mijn bedrijf 25 jaar bestond. Een foto van het werk en het gedicht heb ik nog wel, zodat ik er deze afbeelding van kon maken, die ik voor de liefhebber op canvasdoek kan laten uitprinten. Mocht je geïnteresseerd zijn in een Nederlandse variant op de wereldberoemde “Schreeuw”, dan hoor ik het graag. Want – in tegenstelling tot het Noorse topstuk – is mijn “Kleurenschreeuw” nu al in Nederland. Hij is momenteel zelfs al in levende lijve als gedichtkistje (rechts op de foto) bij “De Mengformule” aan de Rozengracht 42 in Amsterdam te bekijken.

 

Afscheid Rome

Terwijl ik nog volop bezig ben om mijn serie “Stadssonnetten” te voltooien, is de eerste stad reeds uitgevlogen. Het gaat om “Rome” die deze maand met vijf andere steden bij “De Mengformule” in Amsterdam hangt en al na een goede week is verkocht. Ik hoorde het op de boot naar Enkhuizen, waar ik een oude schoolvriendin zou ontmoeten.

Hoewel ik natuurlijk heel blij ben dat mensen mijn werk weten te waarderen, is het toch een raar idee dat dit schilderij niet meer in mijn atelier “De Harkalerie” zal terugkeren. “Rome” en ik hebben namelijk in de tijd dat ze nog in Warns en Hekendorp was, samen een band opgebouwd. Allereerst tijdens het work-in-progress, waar ik haar gestadig zag groeien. Later mocht ze met me mee naar Rotterdam, waar ik haar in januari voor het eerst presenteerde op de Regionale Kunstdag 2014; toen nog zonder omlijsting. Datzelfde jaar verscheen ze ook in de Kunst Kalender 2014.

Dus straks een beetje leeg gevoel, maar vergeten wordt ze niet. Wat namelijk nog wel rest is het bijbehorende sonnet dat ik vorig jaar heb geschreven:

 

WINTER IN ROME

 

Rome, robuust en rond in de kunst van bouw

met als best bewaard gebleven monument

het pantheon, waar je als mens zo nietig bent;

onder het hemelgat aan alle goden trouw.

 

Een zweem van oneindigheid, flauw en gauw.

Alleen de oculus die 't natuurlijk licht zendt,

terwijl 't oog aan 't donkere binnenste went;

gelijk een treurende vrouw in zwarte rouw

 

Sneeuw in een van de nieuwe wereldwonderen:

het grootste Romeinse amfitheater aldaar.

Gladiatoren die mensenmassa’s overdonderen. 

 

Duizend stralende sterren om te bewonderen.

Wanneer de winter zich begint af te zonderen

liggen op de Spaanse trappen bloemen klaar.

 

Het sonnet zal samen met de afbeelding op de nog te maken “Stadssonnetten”-kalender komen te staan, en wel bij de maand februari. Dit als mooie herinnering aan een prachtige stad.

 

Amsterdam

Hoewel ik het prima naar mijn zin heb in het stille hoge noorden, dat op het moment overigens behoorlijk levendig is vanwege de vakantiedrukte, vind ik het iedere keer weer een feest als ik naar de ‘grote stad’ ga, en naar Amsterdam in het bijzonder. Zeker op het gebied van kunst heb ik het idee dat het daar toch echt allemaal ‘gebeurt’. En inderdaad: in dat vermoeden werd ik vorige week weer opnieuw gesterkt. De aanleiding voor mijn bezoek was de inrichting van mijn expositie in “De Mengformule” aan de Rozengracht, wat door de aanwezigheid en hulp van eigenaresse Britt een heel gezellige en ontspannen gebeurtenis werd, helemaal toen we ook nog met een van haar klanten van een kopje koffie in de sfeervolle ambiance van de horecagelegenheid genoten. Daar voorafgaand dwaalde ik door de buurt rondom het museumplein en het Leidseplein, een voor mij vertrouwd gebied omdat ik daar in maart een kleine week vertoefde in verband met de expositie op Art Square. Dit is een tijdelijke tentoonstellingsmogelijkheid midden op het Museumplein. Ook tijdens mijn laatste bezoek sierde de luxe, grote tent het plein, alleen ditmaal nog iets luxueuzer en groter dan de vorige keer. Het was leuk en interessant het prachtige werk binnen te bekijken en de makers van al dat moois te spreken. Hoewel ik de meeste collega’s niet kende, waren er toch ook een paar kunstenaars die vorige keer met mij exposeerden, onder wie Sylvia Reijbroek. Zij maakt niet alleen fraai werk, maar opent volgende maand ook nog eens een eigen galerie. Een galerie, waarvoor ik ben uitgenodigd om volgend jaar september gedurende een maand te exposeren. Je begrijpt dat we heel wat af te praten hadden. En of dit alles nog niet genoeg was, liep ik op mijn tocht van het Museumplein naar de Rozengracht ook nog eens tegen een geweldig mooie gallery met zeer kleurrijk werk aan, waar ik allerhartelijkst werd ontvangen met de belofte dat zij mijn werk bij “De Mengformule” deze maand gaan bekijken. Wie weet, misschien rolt daar wel weer een nieuwe expositie uit. Het kan soms raar lopen.

 

Seizoenen

In mijn vorige blog schreef ik over mijn fascinatie voor series en dat ik nu bezig ben met de serie "Stadssonnetten", waarvan ik na afloop een kalender wil laten maken. Dat is eigenlijk niet zo'n grote verrassing als je weet dat ik niet alleen veel van series maar ook van de afwisseling van seizoenen houd, waarbij ik wel even wil opmerken dat de winter niet echt mijn voorkeur heeft.

Voor wat betreft de kalender zijn jaartelling en seizoenen natuurlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een verbinding die ik al schrijvende onbewust had gelegd. Daar kwam ik pas later achter, nadat ik de eerste sonnetten met de titels "Herfst in Londen", "Lente in Berlijn" en "Zomer in Praag" had geschreven. Dit zette me aan het denken. Afgaande op de omstandigheden waarin ik de twaalf mooie steden heb bezocht, kwam ik tot de volgende indeling:

 

Januari en februari: Winter in Rome en Venetië

Maart, april en mei: Lente in Berlijn, Parijs en Amsterdam

Juni, juli en augustus: Zomer in Praag, Frankfurt en Malmö

September, oktober en november: Herfst in Londen, Florence en Trondheim

December: Winter in New York

 

Een mooie opeenvolging van jaargetijden, gekoppeld aan de geschilderde sfeer van de diverse steden. Een ontwikkeling van koud naar warm en van warm naar koud, als een mooi alsmaar doorgaand proces; een gesloten cirkel.

 

Maar ook qua schilderstijl zit er een ontwikkeling in de kalender, hoewel deze niet in een chronologische volgorde wordt weergeven. Het gaat hierbij om de uitvoering van lijn naar patroon. Ging ik eerst uit van lijnen die ik opzette en later "inkleurde" zoals bij "Londen", tegenwoordig maak ik veel meer gebruik van de losse toets. Dat wil zeggen dat ik eerst een onderlaag met de belangrijkste kleuren aanbreng en daarop pas de lijnen (contouren) schilder. Tot slot vul ik de saaie vlakken die overblijven op met patronen, zoals je kunt zien in "Venetië". Dit heeft tot gevolg dat het werken aan een schilderij voor mij nu vanaf het begin tot aan het einde spannend blijft, terwijl in mijn eerdere werken de verveling gauw begon toe te slaan, omdat het eindresultaat al in een vrij vroeg stadium vaststond.

 

Tot zover de achterliggende gedachte van mijn serie "Stadssonnetten", waarvan nog drie doeken moeten worden geschilderd en vijf sonnetten geschreven. Plus de zes kussens waarmee ik bij wijze van experiment bezig ben. Nog even geduld dus.

 

Stadssonnetten

Ik houd erg van series, op tv en in boeken, maar ook om zelf te maken. Na "Reisschilderingen" en de "Friese 11-steden" is het nu de beurt aan "Stadssonnetten": een twaalftal grote doeken van 90 bij 120 cm met een interpretatie van steden die ik heb bezocht. Negen zijn er inmiddels klaar: Londen, Berlijn, Praag, Rome, Frankfurt, Parijs, Venetië, Florence en New York. Op het programma staan nog Malmö, Trondheim en ons eigen Amsterdam. Bij alle drie heb ik de grondlaag al aangebracht en gaat het dus alleen nog om de uitwerking die ik in lagen aanbreng.

Daarnaast ben ik bezig met het schrijven van twaalf bijpassende sonnetten. De afbeeldingen en de gedichten wil ik deze keer niet in een boekje maar in een kalender samenbrengen. Tot zover wat mijn series betreft niet echt iets nieuws.

Deze keer wil ik het project echter wel iets uitbreiden. Een klus die zich - net als het schrijven van deze blog en de sonnetten - prima leent om reizende te doen. Niet voor niets noem ik de camperbus waarmee we op stap gaan, mijn "atelier op wielen". De aanvulling is een experiment en betreft een aantal zitkussens naar het voorbeeld van voorlopig zes Stadssonnetten op doek, toegepast in dezelfde kleurstelling. Ik ben hiermee begonnen tijdens de reis naar de Nordkapp en ben er gisteren mee verdergegaan tijdens mijn verblijf in Sued-Tirol. Dit deelproject noem ik "Met een stad onder je gat". Voor mij betekent het een leuke uitdaging, waarvan ik nu nog absoluut niet kan inschatten of het werkelijk een goede aanvulling op mijn nieuwe serie zal zijn. Maar daarom heet het ook een uitdaging. De tijd zal het leren...

 

Kunst in de zorg

Op een van de warmste dagen van de zomer toog ik naar Amsterdam voor een workshop "Kunst in de zorg", georganiseerd door Cultuur & Ondernemen; een workshop waar ik hoge verwachtingen van had. Iets te hoog misschien, want eigenlijk heb ik die middag niet heel veel vernieuwends gehoord. Waar ik eerlijkheidshalve wel bij moet vermelden dat dit waarschijnlijk ook kwam doordat dit onderwerp eerder dit jaar in een persoonlijk gesprek met deze organisatie aan de orde kwam. Daar kwam nog bij dat ik in feite het meeste min of meer onbewust al eens een keer in de praktijk had gebracht.

Het zal een paar jaar geleden zijn dat ik door een zorgcentrum werd gevraagd bewoners aan de hand van een door henzelf gemaakt schilderij te interviewen over de keuze van hun onderwerp en de plek die dit onderwerp in hun leven heeft ingenomen, met als resultaat een bijpassend gedicht. De gedichten en een afbeelding van het schilderij werden op een placemat geprint en tijdens het kerstdiner in gebruik genomen. Het effect was een enorme interactie, omdat iedereen heel graag aan zijn of haar tafelgenoot wilde laten zien welk gedicht bij het eigen schilderwerk was gemaakt. Aansluitend werd een kerstverhaal voorgelezen dat ik speciaal voor deze gelegenheid had geschreven. Het verhaal werd zo enthousiast ontvangen dat de leiding besloot mij de opdracht voor een feuilleton te verstrekken, dat maandelijks in het huisorgaan werd geplaatst.

Waarschijnlijk vanwege deze gebeurtenissen niets nieuws voor mij onder de fel schijnende zon tijdens deze bijeenkomst, waar overigens een vertegenwoordiging van de zorgsector zeker niet had misstaan. Nu waren het enkel kunstenaars die van zich lieten horen en ik was juist heel benieuwd naar de wisselwerking tussen beide partijen en had stiekem gehoopt op concrete invullingen.

Was mijn trip naar Amsterdam dan overbodig? Nee, zeker niet. Er was een heldere uiteenzetting, met tal van tips, websiteverwijzingen en subsidiemogelijkheden waar ik mijn licht over wil laten schijnen. Want het is natuurlijk wel heel mooi als je kunst op een andere manier kunt inzetten. Alhoewel dit ook weer niet ten koste moet gaan van het vrije werk dat ik namelijk ook heel leuk vind om te maken. De vraag is nu hoe daar een bevredigende balans in te vinden? Al met al bracht de workshop zo nog een heel gepuzzel met zich mee.

 

Aanstootgevend

In aansluiting op mijn vorige blog waarin ik vertelde over een schilderij dat ik heb gemaakt ter ere van een jubileum van een bekend Nederlands biermerk, het volgende. Afgesproken was dat de afbeelding terecht zou komen in een online gallery van de bierbrouwerij, samen met die van 399 andere kunstenaars en tevens zou dienen als een van de 400 prenten die zouden worden afgebeeld op de verpakking, hetgeen een interessante naamsbekendheid zou genereren. Echter… na ijverig surfen op internet was er van mijn werk geen spoor te vinden. Omdat ik dit wel erg vreemd vond, stuurde ik een mail naar de daarvoor verantwoordelijke afdeling en zie hier het antwoord:

First of all I want to say that we appreciate very much your technique and work, plus your commitment to this project.

As part of our “drinking responsibility “policy we have submitted all the 400 artworks to our legal department. They feedback that we would not be able to publicize your artwork as it could appeal too much to teenagers and children, which are a group outside from responsible drinking at a minimum age of 18 -25 years old depending on the country. In the end we are an alcohol company and we take very seriously the legal drinking side of things.

Jammer,want dit is natuurlijk nooit mijn bedoeling geweest. Ik houd namelijk absoluut niet van aanstootgevend werk op dit gebied en in vergelijking met sommige werken van andere kunstenaars zie ikzelf ook niet zo zeer het grote verschil, maar dat zal waarschijnlijk aan mij liggen. Tenslotte houdt iedereen er een andere mening op na, maar wat toch een beetje blijft knagen is dat ik dat pas na maanden nadat de werken in de gallery zijn geplaatst moet horen dat mijn werk ongeschikt is, en dan ook nog eens een keer nadat ik daar zelf naar heb moeten informeren. Dat valt me een beetje tegen, zeker na zo’n geweldig leuke dag in Amsterdam bij de vervaardiging van het werk te hebben meegemaakt. Daarvan slaat mijn bier (dat ik overigens nooit drink) toch een beetje dood.

 

Inspiratie en doodgebloede projecten

Als ik weer eens een keer van een mooie reis thuiskom, zijn er altijd wel een paar mensen die zich afvragen wat ik daar nou aan vind om telkens weg te zijn. En als ik dan antwoord dat me dat een gevoel van grote vrijheid geeft en ik dat nu eenmaal gek van nieuwe indrukken ben die ik als een spons in me opzuig, en daarmee vervolgens, doordrenkt van inspiratie, aan de slag ga, dan kijken ze me een beetje meewarig aan en zeggen: “Voordat je überhaupt aan het uitwerken van je inspiratie toe komt, ben je alweer de hort op.”

Eigenlijk hebben ze daar wel een beetje gelijk in, maar wat ze vaak niet weten is dat ik alle indrukken en invallen direct opsla in aantekeningen, klaar om mee te beginnen als de tijd daar is. En dat uitwerken hoeft echt niet direct te gebeuren, daar kan jaren overeen gaan. Soms moeten ideeën ook rijpen. En daarnaast: niet elk project dat ik aanpak geeft het resultaat dat ik ervan verwachtte. Sterker nog: sommige projecten bloeden gewoon dood, zoals een paar jaar geleden een boekverfilming waarvoor ik de PR verzorgde. En van recentere datum: een bijenproject, waarbij mijn “Rome” op een bijenkast terechtkwam en waarvoor veel promotie in een Amsterdams hotel zou worden gegeven met onder andere potjes honing voorzien van eigen etiketten. En dan de merkwaardigste in dit rijtje: een bijdrage aan een jubileum van een bekend Nederlands biermerk, waarvoor ik met 399 andere kunstenaars een schilderij heb gemaakt voor de jubileumverpakking. Benieuwd naar het eindresultaat bezocht ik de gallery op de betreffende site waar noch mijn naam noch mijn werk voorkomt. Een antwoord op mijn verontruste mail moet ik nog krijgen…

Tja, daar word je wel eens een beetje triest van en dan is het goed te kunnen putten uit een reeks van nieuwe ideeën en daar met volle energie kleur aan te geven. En geloof me: inspirerende ideeën kun je nooit te veel hebben.

 

Expeditie

Na de verkoop van ons huis, de verhuizing en de assistentie bij twee andere verhuizingen eerder dit jaar was daar eindelijk de tijd dat we er met de camperbus op uittrokken. Anders dan voorgaande jaren hadden we geen vastomlijnd plan behalve dan dat het deze keer een trip naar Scandinavië moest worden, een gebied waar we nog nooit waren geweest. Dat onze eindbestemming ook meteen de Nordkapp, het meest noordelijke puntje van Europa, zou worden was ook voor ons een complete verrassing.

We kwamen terecht in een omgeving waar storm, regen en kou welig tierden. Je kunt dan ook niet echt spreken van een vakantie, maar meer van een expeditie. In totaal legden we 7000 kilometer af, en dat over soms niet al te comfortabele wegen. Een echt avontuur, waarin zelfredzaamheid hoog in het vaandel stond.

Vanwege deze voor ons ongewone invulling van de reis is er van het atelier op wielen dat ik mij voordien voor ogen had niet veel terechtgekomen. Naast het uitsorteren van foto’s en het schrijven van een reisverslag en het beantwoorden van binnenkomende mailtjes heb ik toch nog wel een nieuw kunstproject weten op te starten, waar ik in mijn blog later op zal terugkomen.

Nu wegens omstandigheden eerder thuis dan verwacht, is het van een echt relaxed vakantiegevoel niet gekomen. De bedoeling is dit later op te pakken, waardoor er dan wellicht meer tijd zal zijn om het concept atelier op wielen verder uit te werken.

 

Facebook-groepen en vakvereniging

In mijn vorige blog had ik het over het belang van de zichtbaarheid van een beeldend kunstenaar en dat ik me met dit doel had ingeschreven bij een aantal Facebook-groepen. Tot mijn grote verrassing kreeg ik bij een van deze groepen, Fine Art Contest, al direct een diploma voor deelname. Ook heb ik me aangemeld bij Art Warns, waarin kunstenaars uit mijn woonplaats en andere geïnteresseerden zijn vertegenwoordigd. Aan beide activiteiten heb ik diverse nieuwe FB-vriendschappen overgehouden; dit lijkt dus te werken.

Tot zover wat de virtuele wereld betreft. In de echte wereld heb ik drie leden van de ballotagecommissie van de FRIA, de vakvereniging beeldend kunstenaars in Friesland, op bezoek gehad. Na een nauwgezette beoordeling van het werk en een aangenaam gesprek brachten zij een positief advies uit aan het bestuur, zodat ik me nu officieel FRIA-lid mag noemen. In hun rapport schreven zij dat hoewel ze mijn schildervaardigheid technisch gezien een beetje aan de magere kant vonden, ik dat ruimschoots compenseer door mijn creativiteit een duidelijk persoonlijk karakter te geven. Uit mijn werk zou mijn inzet, energie en eigen thematiek spreken die helder en duidelijk is vormgegeven.

Een mooi compliment met een kleine kanttekening. Prima, dat is waar ik van hou en waardoor ik weet waar mijn sterke en zwakke punten liggen, en waaraan ik moet werken. Vooral wat dat laatste betreft, zit ik helemaal goed bij FRIA. Op haar site staat namelijk: “Onderling wordt de kwaliteit van het werk van de leden vergroot door het met regelmaat organiseren van onderlinge werkbesprekingen en het uitwisselingen van vak- en discipline gebonden verworvenheden en nieuwe inzichten. Daarnaast stimuleert men elkaar door jaarlijks een ‘buitenschilderdag’ te plannen en met elkaar in binnen- of buitenland een spraakmakende tentoonstelling te bezoeken. Ook kunsthistorische en op vaktechniek gerichte lezingen verruimen de beeldende inzichten van de leden. Al deze activiteiten zijn er om de solidariteit onder de leden te vergroten bij het behouden en uitbouwen van hun beroepspraktijk.”

Misschien een idee voor ieder ander die openstaat voor verbetering op zijn vakgebied en ervan houdt met gelijkgestemden om te gaan, om zich bij een soortgelijke vereniging aan te sluiten, zover dit al niet het geval is natuurlijk. Mij lijkt het in ieder geval een interessante aanvulling op hetgeen ik al doe.

 

Gezien, beleving en atelier op wielen

Voorafgaand aan Art Square, het tijdelijk museum op het Amsterdamse Museumplein, kreeg elke deelnemer twee workshops aangeboden. Een daarvan ging over PR, het “zien en gezien worden”; over de noodzaak van het onder de aandacht brengen van je werk, zowel fysiek (middels exposities en beurzen) als virtueel (via internet). Belangrijk daarbij is het “verhaal erachter” (de totstandkoming, thema- en materiaalkeuze etc.). Mensen zouden op zoek zijn naar een “stukje beleving” en dat moet jij - als kunstenaar - kunnen laten zien. PR blijkt dus veel verder te gaan dan alleen het tonen van een kunstwerk.

Een tip die ik kreeg van een van mijn mede-exposanten was mee te doen aan diverse schilderijwedstrijden op groepspagina’s van Facebook. Bij een aantal daarvan heb ik me inmiddels aangemeld en “Sneek, een van de Friese 11-steden” gepost. Niet dat ik nu denk daar direct tot winnaar te worden uitgeroepen, maar het biedt wel extra kansen te worden “gezien”, waardoor ik dus weer een stapje dichter bij het eerste criterium ben aangeland.

Rest nog dat “stukje beleving” en het “verhaal erachter”. Daarvoor is het misschien goed te weten, dat mijn man en ik een mooie, compacte camperbus hebben aangeschaft, waarmee we af en toe en geheel ongepland voor een langere periode de wijde wereld intrekken en gebieden aandoen die nieuwe inspiratie opwekken. Tegelijk zal ik - op een laag pitje - doorwerken aan lopende projecten, waardoor onze camperbus tevens als atelier op wielen fungeert. Waarschijnlijk word ik in die reisperiodes zelf minder “gezien”, maar “zien” doe ik des te meer, en dat is ook wat waard! Heerlijk genieten en indrukken omzetten in kunstzinnige uitspattingen. Hoe kun je “beleving” nog beter tot haar recht laten komen?

 

Minder boeken, meer kunst

Voor wie mijn vorige blog goed gelezen heeft, was het al duidelijk dat ik óf het schrijven óf het schilderen zou gaan minderen. Na lang aarzelen is de keuze op het schrijven gevallen. Het schrijven van romans wel te verstaan, want met de berichtgeving via blogs, sociale media en nieuwsbrieven ga ik gewoon door; evenals met het schrijven van gedichten.

Deze beslissing betekent echter niet dat de beoogde trilogie (waarvan “Boerenbedrog” het eerste deel is) niet geschreven gaat worden, want zowel de geschreven helft als het nog ongeschreven - maar al wel bedachte - deel heb ik zorgvuldig in mijn computer opgeslagen.

Het laatste dat ik heb beschreven gaat over de relatie tussen huisarts Bart de Boer en de boerendochter Carla Diepenheim die meer en meer verslechtert, totdat het echtpaar uiteindelijk uit elkaar gaat. Een verhaallijn die erom schreeuwt verder te worden uitgewerkt, maar nu nog even niet, dus.

Tot voor kort was ik journalist/redacteur/schrijver die in eerste instantie het schilderen als hobby erbij deed. Nu het hobbymatig bezig zijn langzamerhand is uitgegroeid tot een volwaardig kunstenaarschap en ik vorig jaar ook nog eens gestopt ben met werken, ligt de weg vrij om me verder te professionaliseren. Niet alleen in het schilderen maar ook in de manier van presenteren. Hoe? Daarvan zal ik je regelmatig op de hoogte houden. Ik ga in ieder geval werken met de tips die mij zijn aangereikt in Amsterdam; de stad waar ik meer dan ooit tevoren te horen kreeg, dat mijn schilderijen iets te vertellen hebben en qua stijl vernieuwend zijn. Zo’n compliment kan geen enkele kunstenaar laten liggen, toch?

 

Bezinnen

Ik ben al weer een week terug van mijn Amsterdamse logeerpartij in verband met de expositie in het tijdelijk museum op het Museumplein. Ook deze keer was weer ronduit een grandioze ervaring. Ik heb er veel interessante mensen ontmoet, onder wie een paar heel leuke collega’s.

Hoewel het voor mij ditmaal wat stroever met de verkoop verliep, heb ik de vijf dagen op Art Square als zeer geslaagd ervaren. Naast het plezier en de vele complimenten zat de winst vooral in het leggen van contacten, het krijgen van tips, het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere kunstenaars en de uitnodiging voor een nieuwe Amsterdamse expositie in augustus.

Daarnaast was het gewoon heel gezellig weer eens een paar dagen in een grote stad te bivakkeren, waar ik meerdere visites heb afgelegd die altijd nog eens op het programma stonden. Zo ook een bezoek aan Cultuur-Ondernemen, dat zich inzet voor culturele organisaties en voor zelfstandig werkende kunstenaars die meer rendement willen halen uit hun ondernemerschap ten bate van een sterkere en onafhankelijke culturele sector. Ik had daar een gratis en zeer verrassend oriëntatiegesprek, dat mij al dagen tot bezinning dwingt. Mijn beeldend werken zou volgens de deskundigen namelijk zeer geschikt zijn voor de toeristenindustrie en zorginstellingen. Dat wil zeggen: niet alleen voor de inrichting van nieuwe gebouwen, maar ook als maatwerk voor bestaande hotels en zorginstellingen; al dan niet in combinatie met een gedicht. Daarbij verstrekten ze tal van tips hoe ik deze doelgroep het best kan gaan benaderen. Dat klonk zeer aantrekkelijk, motiverend, spannend én tijdrovend. En aangezien ik ook maar een gewoon mens ben en slechts één ding tegelijk kan, zal dat als consequentie hebben dat ik iets anders (voorlopig) zal moeten laten schieten. Wat? Daar ben ik me dus het meest ernstig over aan het bezinnen, want alles wat ik doe vind ik eigenlijk leuk. Toch wijst mijn gevoel één kant op.

 

Ode aan de poëzie

Nooit gedacht dat poëzie zo boeiend en veelzijdig kon zijn toen ik zo’n vijf à zes jaar geleden zitting nam in de verkiezingscommissie voor de Stadsdichter in Gouda. Mijn familieleden deden er een beetje lacherig over. Poëzie was voor oude, stoffige mensen en wat moest ik daar nu tussen? Eigenlijk vroeg ik me dat zelf ook een beetje af, want voor die tijd had ik nooit zoveel met de dichtkunst op gehad. Toegegeven, ik schreef wel eens een gedicht bij mijn schilderijen, maar of dit nu echt tot poëzie kon worden gerekend?

Achteraf gezien ben ik maar wat blij dat ik niet naar alle commentaren heb geluisterd en gewoon naar die voorbereidingsavonden voor het staddichterschap ben geweest. Het was reuze gezellig en de gedichten die ik er te lezen en te horen kreeg, waren zeker niet onverdienstelijk. Ze moedigden mij in ieder geval aan verder te gaan met mijn eigen dichtkunst.

Een paar jaar later deed de gelegenheid zich voor dat er iemand met affiniteit voor de Nederlandse taal werd gezocht die een cursus Poëzie Schrijven wilde ontwikkelen. De cursus moest uit 48 lessen bestaan met elk minimaal 12 pagina’s. Dat was even slikken. Wat moest ik in ’s hemelsnaam allemaal over poëzie vertellen? Ik, die eigenlijk helemaal niet zoveel van de dichtkunst afwist. Toch triggerde de uitdaging mij enorm en ik bood mijn diensten aan. De invulling werd een enorme zoektocht, waarbij ik me werkelijk in alle facetten van de dichtkunst heb verdiept. Een zeer intensieve en vooral interessante bezigheid, waarin ik met het vorderen van de lessen steeds meer plezier begon te krijgen. Zo erg zelfs dat ik het vereiste aantal pagina’s met gemak overschreed: het werden er meer dan 700.

De cursus is alweer een tijdje af en nu kijk ik het huiswerk van de cursisten na. Heel leuk om te lezen hoe iedereen zijn eigen invulling aan de door mij bedachte opdrachten geeft, en ook hoe iedereen hieraan zijn eigen plezier beleeft. Inmiddels is de eerste cursist bijna bij les 48. Haar brouwsels zijn stuk voor stuk juweeltjes die ik graag lees.

Maar poëzie is meer dan schrijven en lezen. Je kunt gedichten op allerlei manieren inzetten en daarmee andere kunstdisciplines versterken, zoals ik ondermeer doe bij mijn schilderijen. Af en toe geef ik ook een lezing, waarbij ik gedichten voorlees tijdens een PowerPoint-presentatie; nog niet zolang geleden in combinatie met een klassiek geschoold muziekensemble. Soms maak ik gedichten bij beeldend werk van anderen, bijvoorbeeld een aantal jaren geleden bij schilderijen van bewoners uit een zorgcentrum. Daarvoor interviewde ik de creatieve ouderen en vermengde hun informatie met dat wat ze op doek hadden uitgebeeld. De gedichten werden op placemats gedrukt die zij tijdens het diner aan elkaar lieten zien, waardoor een gezellige interactie ontstond.

Twee weken geleden gebeurde er weer iets anders en voor mij heel verrassends op dichtgebied. Ditmaal werd ik niet gevraagd een gedicht bij iemands schilderij te maken, maar in plaats daarvan een afbeelding van een van mijn schilderijen op te sturen zodat een dichteres een gedicht bij mijn werk kan maken. Kort gezegd: ik ben een van de kunstenaars die voor haar project (het publiceren van beeldend werk met gedicht in een boek) is uitgenodigd en dat vind ik een hele eer. Zo zie je maar dat er telkens weer iets nieuws, iets verfrissends, in de poëzie te beleven valt en de dichtkunst absoluut niet dood is.

 

Vrij en blij

Ondanks dat ik afgelopen week vanwege de griep het buitenzijn tot een absoluut minimum heb beperkt, voel ik me zo vrij en blij als een van de vele vogels die zich momenteel klaarmaken voor de grote trek of wellicht al stiekem een beetje aan gezinsuitbreiding denken. Als een (bijna)winterhater verwelkom en omhels ik de lente in al haar facetten. Gretig absorbeer ik de zonnestralen dwars door het glas heen. Heerlijk mijmeren in de viraminenverstrooiende vuurbal met een boek op de bank. Af en toe de iPad erbij, waar de lovende commentaren op de nieuwsbrief van maart via Outlook binnendruppelen. Ongelooflijk hoeveel sommige mensen uit zo’n brief weten te halen. Er zijn erbij die zelfs troost putten wanneer ze na het doorklikken op diverse links terechtkomen op een pagina reisfoto’s, kunstwerken of schrijfsels. Ze zeggen er de passie, schoonheid en blijdschap aan te treffen die ze zelf soms moeten ontberen.

Goh, dat had ik niet verwacht! Mijn koortsblosjes intensiveren zich spontaan. Natuurlijk ben ik een positief ingesteld mens, natuurlijk hou ik van mooie dingen en weet ik daarvan met volle teugen te genieten, en natuurlijk probeer ik met mijn berichten op de sociale media en mijn nieuwsbrieven mensen te enthousiasmeren, maar als dan ineens blijkt dat dit ook zo wordt opgepakt en ervaren, tja, dan word je daar toch een beetje stil van. Ontroerd.

’t Kon haast niet anders of de eerste dichtregels kondigden zich aan en in een mum van tijd stond dit op het lichtgevende venster van mijn iPad te lezen:

 

Vrij en blij

 

Ik voel me vrij.

Met een lach om mijn mond

dans ik de wereld rond.

Ik leg verbanden

om niet te verzanden.

Zo voel ik mij

vrij. Vrij! Vrij!

 

Ik voel me blij.

Ik hou van fleur en kleur,

geen gezeur.

Ik hou van positief,

van ik heb je lief!

Blij! Blij! Blij!

 

Dans met mij!

Voel je vrij en blij! 

 

Bedankt alle goede boodschappers!

 

“Meet the Dutch Masters in a temporary Museum”

Dit is de leus van Brainboxx, initiatiefnemer van Art Square Amsterdam. Van 26 t/m 30 maart biedt deze organisatie kunstenaars de gelegenheid om zich zonder tussenkomst van een galerie, dus rechtstreeks aan het publiek, te presenteren. En dat op het belangrijkste kunstplein van Nederland: het Museumplein, omsloten door het Van Gogh Museum, het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum! Vlak bij de waterpartij verschijnt speciaal voor dit doel tijdelijk een luxe ambiance, gratis toegankelijk voor iedereen die van kunst houdt. Een geweldig mooie kans om je als levende kunstenaar te profileren tussen de meesters van weleer.

In aanloop naar deze expositie is er veel te doen, zoals publiciteit genereren. Naast de landelijke media worden de lokale nieuwsgaarders benaderd, zodat elke individuele kunstenaar ook plaatselijk in het zonnetje kan worden gezet.

Natuurlijk wordt er van de kunstenaar zelf ook enige actie verwacht. Daarvoor hadden de deelnemers afgelopen dinsdag een workshop over PR en sociale media, zodat iedereen weet hoe hij of zij zich zichtbaar kan maken voor potentieel geïnteresseerden. Een interessante middag, waarbij het vooral om de beleving en het verhaal achter het werk en de maker bleek te gaan. Inspirerend ook, want eenmaal thuis heb ik direct een account op Tumblr en Pinterest aangemaakt. Nu maar hopen dat ik daar ook “gevonden” wordt.

Voor de rest draait het uiteraard om kwaliteit en een goede fysieke presentatie. Vandaar dat ik mooie neutrale houten baklijsten heb besteld voor de vier werken die ik ga meenemen. Ik kan niet wachten om te zien wat het resultaat zal zijn.

Tot slot heb ik voor de expositiedagen een hotelletje geboekt, midden in het centrum van Amsterdam. Zal een lichte cultuurschok worden na straks alleen weer te hebben gewoond in het rustige, maar o zo mooie Friese Warns. A Dutch master in a temporary environment!

 

Kopenhagen en Kerstmis

 Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander en Hare Majesteit Koningin Máxima brengen op uitnodiging van Hare Majesteit Koningin Margrethe en Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Henrik van Denemarken van dinsdag 17 tot en met donderdag 19 maart 2015 een staatsbezoek aan Denemarken. (http://denemarken.nlambassade.org/)

Exposeer jij je kunstwerken (2 of 3 D werk) tijdens het Staatsbezoek aan Denemarken van Willem Alexander en Maxima?

Op deze oproep van Bubble Projects heb ik gereageerd en raad eens: begin maart reizen de Friese 11-steden de koning alvast vooruit. Ben benieuwd of hij en Maxima ze ook gaan bekijken. Ze houden per slot van rekening van Friesland en varen zomers vaak door mijn woonplaats Warns. En ooit schaatste de koning de tocht der tochten zelf! Dus wie weet......

 Maar om de steden naar het noorden te kunnen laten vertrekken, moesten ze eerst vrijdag worden opgehaald uit de Bibliotheek in Lekkerkerk, waar ze twee maanden hadden vertoefd. Daar hoorde ik dat ik de daar eveneens tentoongestelde kerstkaarten in trek waren en ik kon enkele setjes achterlaten die op voorhand waren verkocht.

Al met al een behoorlijk winterse blog, als je het mij vraagt, terwijl ik zelf momenteel liever aan de lente en aan Pasen denk.

 

CoSi

Eén keer in de week of twee weken een gezellig avondje met mijn dochter materialen verkennen. Is dat cosy (of in ons geval CoSi (Connie en Sietske)) of niet? Het is sowieso natuurlijk leuk om bij elkaar op bezoek te komen, maar nu we er een extra doel aan hebben gekoppeld, heeft ons samenzijn ook nog eens een kunstzinnige invulling gekregen. Zij als studente aan de Kunstacademie en ik als beeldend woordkunstenaar hebben zo een manier gevonden om elkaar in een ontspannen en ongedwongen sfeer in artistiek opzicht te versterken. Hoe dat in zijn werk gaat?

Nou, door middel van Pinterest en tijdschriften verzamelen we ieder afzonderlijk ideeën die we samen delen en bespreken. Aan de hand daarvan gaan we zonder vooropgezet plan aan de slag met het testen van allerhande materialen, waarmee we normaliter niet of nauwelijks werken. Het liefst op een ongebruikelijke manier, zoals stukjes van verknipte cd’s verwerken tot een mozaïek. Dat is immers wat een kunstenaar meestal doet: materialen op een minder voor de hand liggende manier inzetten om zo de toeschouwer op een andere wijze naar iets te laten kijken.

Maar in de praktijk blijkt deze werkwijze soms iets te direct, zodat we ons nu vooral focussen op het ons toe-eigenen van materiaalkennis. Afgelopen keer stond het verven van porselein op het programma, waarbij we alle twee op onze eigen manier te werk gingen. Want dat is en blijft de uitdaging: onze kunstzinnige uitspattingen mogen momenteel nog wel meer naar huisvlijt dan naar kunst neigen, ze moeten al wel eigenheid uitstralen. Deze aanloopfase heeft onder andere als potentieel einddoel collages te gaan maken. Collages samengesteld uit materialen die bij ons passen en waarmee we onze eigen stijl kunnen versterken.

Dat klinkt heel serieus, en dat is het ook. Maar wie nu denkt, dat wij alleen maar zeer geconcentreerd en puur gefocust op ons einddoel bezig zijn, heeft het mis. We blijven natuurlijk wel moeder en dochter en die hebben tussendoor heel wat af te kletsen en te lachen!

 

Boeken

Vooral in een tijd van drukte, zoals nu met de verhuizing, is het ook wel eens fijn zelf niets te produceren. En dus niets te hoeven delen en alleen te consumeren. Werk van anderen bijvoorbeeld, waaruit ik de “diamantjes” opschrijf in een rode dummy. Inspirerende teksten, levenswijsheden die ik me door ze af en toe door te lezen eigen probeer te maken. Ik kan je verzekeren dat dit zeer rustgevend werkt. Niet actief na te hoeven denken maar spelen met de indrukken zodat er vanzelf iets waardevols ontstaat.

Ik ben gek op lezen, alleen komt het er veel te vaak niet van. Vooral van nieuwe boeken kan ik genieten, alleen al van de geur die eruit opstijgt krijg ik rode wangen. Ja, een boek moet voor mij wel nieuw zijn; ik houd niet van gebruikte boeken. Niet dat ik ze altijd koop of cadeau krijg, soms ruil ik ook boeken die ik zelf heb geschreven met die van andere schrijvers.

Voor dit moment heb ik iets anders bedacht: enkele van mijn zelfgeschreven boeken weggeven. Deze gedachte werd me ingegeven vanwege het ruimtegebrek dat bezig is te ontstaan door het onderbrengen van alle spullen uit twee huizen in één huis. Het zal niet veel uitmaken, maar alle beetjes helpen en bovendien heb ik er zelf ook nog wat aan. Want als tegenprestatie vraag ik wel om een korte recensie.

Terwijl ik dit zit te schrijven, bedenk ik me ineens dat dit idee van boeken weggeven ook een vorm van delen is. Daar kom ik dus blijkbaar niet zo makkelijk vanaf. Delen zit me waarschijnlijk te veel in het bloed. Nu maar afwachten op wat anderen over mijn boeken schrijven, want zo wordt delen toch weer consumeren.

 

Geen bikkel

Dacht ik toch even dat ik een echte bikkel was na mijn reis naar New York, waar ik vijf dagen achter elkaar door de snijdende kou had gelopen en vervolgens bijna een nacht slaap had overgeslagen. Na een vlieg-, trein- en busreis van bijna elf uur heb ik zelfs - samen met mijn man in verband met de verhuizing - nog een auto volgeladen en die gedurende twee uur naar Friesland gereden. Daar nog wat gerommeld en even tv gekeken en een heerlijke nacht gehad, waarna ik echt zo fris als een hoentje was. De dag erop, echter, net toen ik in Amsterdam een cursus over auteursrecht en het financieren van kunst had, stortte ik in. Ik voelde me behoorlijk grieperig en moest organisator Brainboxx afbellen. Balen, er zat niets anders op dan die dag rustig met mijn laptop op schoot op de bank te kruipen. Foto’s uitzoeken en een reisverslag schrijven. Ik kan me ergere bezigheden voorstellen, toch vond ik het jammer dat ik de cursus moest annuleren, temeer omdat ik me de volgende dag een stuk minder ziek voelde. Deze ontwikkeling strookte niet met de veronderstelde griep, gelukkig, Waarschijnlijk een jetlag? Had ik de voorgaande dagen teveel gezien, gehoord en meegemaakt? Was ik minder bikkel dan voorzien? Ik vrees dat ik hierop bevestigend moet antwoorden.

 

Vergaren, consumeren, verwerken, delen

Mijn leven - en ik denk ook dat van de meeste anderen - bestaat uit een constante stroming van vergaren, consumeren, verwerken en delen. Je doet ideeën, indrukken en kennis op, waarvan je het belangrijkste tot je neemt en opslaat. Eenmaal een plekje verworven in je hoofd, gaan de emoties ermee aan de slag en verwerken de materie tot een overzichtelijk en uitgebalanceerd geheel. Na dit creatieve proces waarbij indrukken in een bepaalde context - jouw context - worden geplaatst, kun je er op een evenwichtige manier mee naar buiten treden. Delen.

De afgelopen anderhalve week begon voor mij met dit delen: een geweldig mooie presentatie van mijn gedichten en bijbehorende schilderijen, afgewisseld door een schitterend uitgevoerd muziekspel van het Canja Ensemble. Hoewel we slechts een uur voor de voorstelling even kort samen hadden geoefend, bleken we uitstekend op elkaar te zijn ingespeeld. Voor beide partijen: zeker voor herhaling vatbaar!

Dit delen van kunst, woord en muziek werd gevolgd door de tweede categorie uit de stroming, namelijk het consumeren. Ditmaal een wel heel intensieve consumptie: namelijk een week New York. De voorbereidingen voor deze trip had ik de week ervoor al gedaan, waarmee ik de eerste stap van het vergaren dus al direct kon overslaan. Dat was wel comfortabel, want ik vond de stad echt overweldigend. Alles wat ik over deze stad had gezien, gelezen en gehoord, was waar, maar dan wel driemaal in het kwadraat. Echt geweldig!!!!

Inmiddels weer thuis achter mijn laptop is het stadium van verwerken aangebroken. Wanneer en hoe ga ik dit delen? Geen idee, want een nieuw avontuur heeft zich inmiddels aangediend: de verkoop van een van onze twee woningen en het onderbrengen van alle spullen in één huis. Een grote uitdaging: gaat alles passen? En deze vraag is zowel van toepassing voor het huis als voor mijn hoofd. Eigenlijk moet je eerst het oude kunnen delen, voordat er een plaatsje voor consumptie en verwerking vrij is. Maar ja, dat heb je niet altijd voor het zeggen.

 

Voorbereiden

Deze week is er vooral een van voorbereidingen treffen. Voorbereidingen voor komende exposities, voor de verkoop van ons huis, voor een weekje New York en voor het concert dat Moordrecht Klassiek organiseert. Stuk voor stuk uitdagende gebeurtenissen, maar allemaal tegelijk een tikje druk en chaotisch. Daarbij ook nog weinig bevredigend, omdat het geen afgeronde aangelegenheden betreft - niets concreets - maar meer aanzetten tot, wat op zich natuurlijk ook wel weer heel uitdagend en verrassend is. Immers: stilstaan is achteruitgaan. En dat is iets wat ik beslist niet wil. Ik blijf namelijk het liefst in beweging. Fysiek, maar vooral in de dingen waar ik voor sta, want zo sportief ben ik nou ook weer niet. Af en toe een mooie wandeling, een stukje op de fiets of hometrainer en dan heb ik het toch echt wel weer even gehad.

Enfin, een van de voorbereidingen die zeer binnenkort, namelijk zaterdag aanstaande, gestalte krijgt is die van het concert van het Canja Ensemble in Raadzaal van Zorgcentrum Vivere, Westeinde 1, Moordrecht. Aan mij de eer dit concert af te wisselen met het voorlezen van enkele gedichten in combinatie met een PowerPoint-presentatie van de bijbehorende kunstwerken. Deze tekeningen en schilderijen, waarbij ik een gedicht heb gemaakt, noem ik Schilderdichtsels. Ik zou het leuk vinden jullie daar te ontmoeten. Het concert begint om 20.00 uur.

 

Contact

Als kunstenaar en schrijver werk je meestal alleen en heb je dus niet zo veel contact met de buitenwereld. Natuurlijk zijn er de momenten van exposeren en presenteren, maar die zijn slechts schaars. Toch is er de behoefte naar mogelijkheden om meer naar buiten te treden, althans bij mij. Ik hoor graag feedback, zodat ik weet hoe men mijn werk ziet.

Om die reden ben ik precies acht jaar geleden begonnen met het uitbrengen van een digitale nieuwsbrief, die ik “Bijeen Geharkt” noemde. Dit als verwijzing naar mijn naam, zoals “Harkalerie” voor mijn atelier/galerie staat en “Harkefietjes” voor mijn columns in een Goudse huis-aan-huiskrant die inmiddels niet meer bestaat maar die ik wel in een gelijknamig boekje heb gebundeld.

“Bijeen Geharkt” komt zesmaal per jaar uit en heeft intussen ruim vierhonderd abonnees en wordt op meerdere sites doorgeplaatst. Bijna drie jaar geleden “ontdekte” ik de sociale media, waar ik nu ruim 2300 vrienden (Facebook) en ruim 1900 volgers (LinkedIn en Twitter) heb. Voldoende contacten en feedback genoeg, zou je zeggen. Toch hield ik tegelijkertijd nog een hele poos een blog bij, totdat deze werd gehackt, en ik “genoodzaakt” was dit jaar hiermee opnieuw te beginnen.

Ongeacht het contactmiddel dat ik gebruik, ik krijg overal feedback en dat is natuurlijk fantastisch. Waarmee ik maar wil zeggen, dat ik klaarblijkelijk niet de enige ben die behoefte heeft aan contact en volgens mij hoef je daar niet eens kunstenaar of schrijver voor te zijn.

Hoe het ook is, ik heb zojuist mijn 51e nieuwsbrief naar mijn abonnees verstuurd.

 

Beweging

In mijn schilderijen drukt het gebruik van vlakken en lijnen - vaak in golvende beweging - mijn denkproces uit. Ik noem dat "kunst in beweging". Kunst is namelijk nooit af, iedereen ziet er iets anders in en zo "groeit" of "beweegt" het werk altijd maar door. Daarbij blijven de werken ook nog eens fysiek in beweging. Zo verhuisden de Friese 11-steden deze week van de bibliotheek in Krimpen aan de Lek naar die van Lekkerkerk, waar ze tot maart blijven hangen. 

Bij geschreven teksten vindt beweging eveneens plaats. Boer Wouter uit "Boerenbedrog" én het nog te voltooien “Boerenjongens” bijvoorbeeld, stond deze week een grote verrassing te wachten. Een “bewogen” moment voor hem.

Een nog complexere variant op bewegen is die van kunst, tekst en muziek gezamenlijk. Daaraan werk ik - op uitnodiging van Moordrecht Klassiek - samen met het Canja Ensemble. Een harmonieuze presentatie van beeldende kunst, verhaalfragmenten, gedichten en uiteraard muziek. Een uitdaging die ik nog niet eerder ben aangegaan en die mij dus zelf ook in beweging houdt.

 

Inspireren en opschonen

Ik ga dit nieuwe jaar gewoon weer verder met het delen van alle mooie dingen die ik meemaak en al heb meegemaakt, zoals die prachtige Italiaanse rondreis vorig jaar die als inspiratiebron hevig blijft sudderen op de achtergrond. Reizen, lezen en schilderen: dat is waar het bij mij vooral om draait; naast alle andere dingen natuurlijk die het leven waard zijn te worden geleefd, zoals mijn gezin, vrienden en kennissen, en de natuur. Zo veel indrukken, zo veel mooie momenten die ik wil delen waardoor iedereen die daar belangstelling voor heeft, kan meegenieten.

Soms worden de indrukken - vastgelegd in aantekeningen, documenten, schetsen - te veel, zodat rangschikken en wegdoen bijna een “must” is. Ook daarmee ga ik dit nieuwe jaar verder, niet alleen op het fysieke vlak maar ook op het digitale, zodat niets de nieuwe inspiratie kan blokkeren. Zo heb ik deze week gespendeerd aan het opschonen van mijn laptop en iPad. Overtollige ballast zit namelijk in de weg. Dat geldt evenzeer voor je hoofd. Een lekkere lange wandeling kan wonderen doen. Een wandeling door het mooie Friese landschap, of gewoon lekker kuieren door een van de mooie stadjes daar. Sneek is zo’n plaats waar ik graag doorheen mag lopen, met als eindpunt “Doppio” voor een glas warme chocolademelk. Het is bijna een thuishaven waar ik op mijn gemak glossy tijdschriften doorblader, op zoek naar nieuwe uitdagingen, ideeën, inspiraties. Want dat proces gaat alsmaar door.