Home » gedichten

 

HERFST IN LONDEN

 

London gevangen in een statige stadsstructuur.

Hiërarchische patronen, ingekerfde tradities,

en keurige parades volgens koninklijk devies

langs parkgroen en majestueuze architectuur.

 

De wisselende wacht voor Buckinghams muur;

present bij 't palace, perfect en pijnlijk precies.

Dan het parlement, Big Ben's klokkeninstallaties.

Zij beluiden het Londens eigenzinnige politiek vuur.

 

Verderop van armoede naar kunstzinnig ontluiken:

Bricklane. Linksrijdend verkeer, dubbeldekkerrood.

Markt, straatcultuur. blaadjes gaan van de struiken.

 

Onder de hoge bridge, zo vreemd blauw en groot

vaart op de Theems de herfst voort in een boot.

Golven passeren de Tower, juwelen en gebruiken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

STAVOREN

 

 

Het vrouwtje van Stavoren heeft haar stad verloren.

 

Omwille van stoere hoogmoed haar schepen verspeeld.

Verbolgen over de meegebrachte graanteelt

smeet ze de kostbare lading subiet over boord.

 

Stilletjes aan, de stroming ruw verstoord,

verzandde de toegankelijkheid van de Staverse kust.

Meegevoerd door een water wreed van onrust

spoelden schip voor schip de wrakken aan.

Het was met het voortvarende Stavoren gedaan.

 

Een sieraad vormde de rampzalige aanleiding.

Hooghartig  gooide de vrouw haar schitterende ring

het water in, naar ze dacht voor eeuwig.

Maar een vis, slagvaardig, sluw en stevig

keerde er onverrichter zake mee terug het stadje in.

 

Verdwenen waren voorspoed en het rijk gewin.

Als een kaartenhuis stortte de handel in elkaar.

Vanaf de kust slechts de graanhalmen zichtbaar.

 

Het vrouwtje versteende door uitblijvende vangst.

Moest lijdzaam ondergaan, gekweld door angst,

hoe haar hart in de golvenstroom verdween;

gelijk een pompeblêd in het blauw-wit verscheen,

meanderend als een vlag in de waterkoude wind.

 

 Het vrouwtje van Stavoren heeft haar hart verloren.

 

 

 

 

LICHT

 

Het tegenovergestelde van zwaar;

helaas maar al te waar.

 

Geen geglinster meer op jouw gezicht.

De deur ging voor altijd dicht.

 

Rest mij enkel nog dit simpele gedicht:

Een ode aan het licht.

 

Niet slechts één kaarsje voor het raam,

Maar vensters vol verlicht!

Dát ben ik je verplicht.